Achterdetraliesvandeangst.jouwweb.nl
Home » DEEL 2

DEEL 2

Hoofdstuk 11.

 

Het leven is als een bos: rechtdoor kan nooit (indianenspreekwoord).

 

Op en af gaat het met mij. Een onafgebroken jojo-effect is het. Mijn gemoedstoestand piekt en zakt, piekt en zakt. Als het een halve dag goed is gegaan, dan is dat geen garantie dat het de tweede helft van de dag ook goed zal gaan, dat ik geen paniekaanval zal krijgen of niet weer heel erg lamlendig en moe word.

 

Zodra ik iets over de grenzen van mijn energie ben gegaan, komt de klad er opnieuw in. Of zodra ik me weer bewust word van al die dingen die ik door de uitputting en angsten niet meer kan doen en die ik nog zo graag zou willen doen – zoals een paar uur achter elkaar tennissen of fietsen – dan kan mijn vrolijkheid zomaar als een plumpudding in elkaar zakken.

 

Er hoeft maar iets te gebeuren of mijn stressbestendigheid legt het af tegen de spanningen en frustraties. “Je basisspanning is te hoog,” zei de paranormaal genezer ooit tegen me die me van mijn duizeligheid had bevrijd. Ik denk dat ik in de loop der jaren inderdaad zoveel spanning heb opgebouwd, dat ik bij het minste geringste knap. De emmer stroomt doorlopend over, met liters tegelijk…

 

Neem nou die keer tijdens een aanvankelijk zalige oktobervakantie op Ibiza. In 2010 was dat. Alles ging voor mijn doen best lekker, totdat ik voor het eerst van mijn leven, zomaar ineens, heel erg veel last kreeg van ischias. De pijn was niet te harden. Nadat ik een verkeerde beweging had gemaakt, kon ik amper nog lopen. Zitten was heel erg pijnlijk. Het was alsof iemand met een scherp mes door mijn vlees sneed, van mijn bil tot aan de enkel van mijn rechtervoet.

 

Ik trok het niet meer. Vooral emotioneel niet. Deze tegenslag was teveel van het goede. Had ik nog niet genoeg geleden? Terwijl we door een stadje schuifelden, raakte ik ineens oververhit van woede. Opnieuw was ik kwaad op het hele leven, op God, op mijn lot, op al die jaren van angst en uitputting. Alle frustraties kwamen eruit. Alles sleepte ik er met de haren bij, van de in mijn ogen irritante vriendin van onze dochter tot bij wijze van spreken de slechte prestaties van mijn favoriete club Ajax. Ik was een en al zelfbeklag. Achteraf gezien, was het een heel erg overtrokken reactie, maar ik was buiten mezelf van woede. Achter woede zit meestal verdriet.

 

Midden op straat ging ik als een gek tekeer. Ik schreeuwde, vloekte en huilde bijna, en dat alles in het bijzijn van Sonny en de kinderen. Ik gaf ook hen een veeg uit de pan. Ik verweet hen dat ze niet begrepen hoe ellendig ik me voelde en dat ik nooit aan mijn rust toekwam. Natuurlijk trok mijn tirade de aandacht van de mensen op de terrasjes en van de voorbijgangers. Geschrokken en nieuwsgierig staarden ze ons aan. Dat maakte me zowaar nog kwader. Ik kon me nog net inhouden om niet iemand op zijn bek te slaan. Ik schold de mensen uit en riep dat ze voor zich moesten kijken, dat ze lelijk waren en dat ze moddervet waren.

 

Onze dochter begon te huilen, Sonny probeerde me tevergeefs te kalmeren en onze zoon klapte, zoals altijd bij zoiets, volledig dicht. Bij hem komen de emoties er pas uit als de situatie achter de rug is.

 

Toen ik na een half uur tot bedaren was gekomen en besefte wat een emotionele ravage ik had aangericht bij mijn liefdevolle gezinsleden, moest zoon hartverscheurend huilen. Ik heb me meteen bij Sonny en het kroost verontschuldigd, al had ik het nooit zo ver mogen laten komen. Ik wist dat ik aan mijn zelfbeheersing moest werken, dat ik anders onherstelbare schade zou aanrichten in de harten van mijn dierbaren. Aan Sonny en de kinderen legde ik uit dat ik wanhopig was en dat de frustratie en de pijn me te gortig werden. De ischias die onze vakantie vergalde en die mij het plezier ontnam, was de druppel op de emmer die zo vol frustratie zat én nog steeds zit.

 

Een paar jaar daarvoor, tijdens een vakantie in Canada, ging ik ook al helemaal over de rooie, volledig door het lint. Tijdens een hele lange, saaie rit door onbewoond gebied zat ik me er steeds meer aan te ergeren dat Sonny en de kinderen geen boswandeling wilden maken. Ik ben een echt natuurmens, maar zij gaan liever shoppen. Het komt er zelden van dat ze mijn zin doen, als het gaat om mijn behoefte om door de natuur te struinen. Ik drijf heel vaak mijn zin door en mijn huisgenoten geven me heel vaak mijn zin (vooral omdat ze weten dat ik onvermurwbaar ben), maar het gaat hen toch te ver om iedere dag een boswandeling te maken. Dat frustreerde me op dat moment, en ik begon tijdens die lange saaie rit te piekeren over mijn toekomst. Ik haatte mijn werk als roddelverslaggever. Ik vond het stijlloos om mensen naar hun liefdesleven te vragen en ik had er steeds meer moeite mee om dergelijke artikelen te vervaardigen.

 

Toen de kinderen op de achterbank ook nog eens ruzie gingen maken (zij verveelden zich natuurlijk ook enorm tijdens die eindeloze rit), sloegen bij mij de stoppen door. Opeens sloeg ik met mijn vuist keihard op de binnenkant van de autoruit aan mijn (passagiers)kant en ik schreeuwde oorverdovend dat het afgelopen moest zijn met dat geruzie. Weer sloeg ik keihard tegen het autovenster. Geschrokken zette Sonny de auto langs de kant van de weg, ik sprong uit de wagen en rende als een bezetene het bos in, schreeuwend dat ik zwerver zou gaan worden en dat ze maar door moesten rijden.

 

Ik rende boos en vol van verdriet door het bos, totdat ik in het struikgewas een geluid hoorde. Ik was bang dat het een beer was en werd daardoor weer een beetje nuchterder. Achteraf gezien, is het best komisch dat ik bij het minste geringste geluidje terug naar de auto beende. Ik ben een held op sokken, werkelijk heel erg bang aangelegd.

 

Terug bij de auto zag ik een hartverscheurend tafereel. Onze zoon en dochter huilden verschrikkelijk en smeekten me terug in de auto te komen. Maar ik voelde me nog steeds heel erg gespannen. Ik zei dat ik even langs de kant van de weg wou zitten om mezelf tot kalmte te manen. Na tien minuten ging ik terug naar en in de auto en vervolgden we onze rit, zwijgzaam. Die avond werd onze dochter behoorlijk ziek, grieperig. De emoties hadden haar weerstand gebroken. Ik voelde me afschuwelijk schuldig en zwoor nooit meer zo uit te flippen, hoe ellendig ik me ook voelde.

 

Als kind had ik zo vaak mijn vader horen en zien schreeuwen. Te vaak zag ik hoe hij mama bij de haren sleurde of hoe hij een van mijn zussen hardhandig tegen de muur kwakte. Eén keer heeft hij tijdens een woedeaanval mijn billen uit elkaar proberen te trekken. Ik was echt nog heel klein. Mijn vader verontschuldigde zich evenwel nooit voor zijn woede-uitbarstingen. Integendeel, hij liet merken en ons voelen dat wij het waren die hem tot wanhoop hadden gedreven, dat wij schuld hadden en niet hij. Nooit heeft hij ’sorry’ gezegd. Gelukkig ben ik veel minder vaak boos dan hij was en gelukkig bied ik wél, als ik ben afgekoeld, mijn excuses aan en leg ik mijn gedrag uit. Ik realiseer me nochtans dat mijn emotionele tirades wonden hebben geslagen in de zielen van de mensen die ik het meest lief heb. Slachtoffers maken slachtoffers. De mensen die ik gelukkig wil maken, heb ik trauma’s bezorgd en dat zit me heel erg dwars.

 

Gelukkig komen dergelijke uitbarstingen nog maar zelden voor. Ik heb een heel ‘ontspanningsprogramma’ dat de ergste spanningen teniet doet. Ik ga ter relaxatie een paar keer per week naar de sauna, ik laat me af en toe masseren, ik doe ontspanningsoefeningen en met het gezin ondernemen we leuke dingen.

 

Maar helemaal goed gaat het nooit met me, helaas. Er zijn bijvoorbeeld, zomaar uit het niets, momenten dat ik last krijg van onverklaarbare agressieve neigingen. Vooral als ik een mes in handen heb. Dan heb ik de drang om te gaan steken, wie dan ook in de buurt is. Ik kan mezelf beheersen, maar het is heel akelig.

Daarbij heb ik iedere dag wel last van (steeds andere) lichamelijke klachten. Er is een periode geweest dat het leek alsof mijn hart een aambeeld was waarop keihard met een hamer werd geslagen. Ik hoorde het lawaai en voelde de klappen. Zo nu en dan hoor ik letterlijk mijn hersenen kraken, vooral als ik erg veel pieker of lang heb gecomputerd. Mijn darmen zijn bijna nooit rustig. Ik moet veel (reukloze) scheten laten en heb best vaak buikpijn. Ook ben ik dan misselijk. Volgens de huisarts lijd ik aan het prikkelbaar darmsyndroom dat gepaard gaat met genoemde symptomen. Sinds ik rustiger eet, beter kauw en minder vaak gekruid voedsel nuttig, heb ik daar minder last van. Er is een tijd geweest dat ik een hele penetrante zoutsmaak in mijn mond had. De medici konden er geen verklaring voor vinden. Het is vanzelf weer over gegaan. Af en toe is het alsof mijn onderlip verdoofd is, alsof ik er geen gevoel meer in heb. Het gaat iedere keer weer na een paar dagen over, dus ik probeer er geen acht op te slaan. Zodra ik met water in aanraking kom, krijg ik pijn aan mijn tanden en kiezen. Dat kan maanden duren waarna het steeds opeens over gaat, om telkens weer terug te keren. Geregeld heb ik steken in mijn hoofd en druk op mijn borst. Die klachten komen allemaal bovenop het pakket aan ellende, waarin de angststoornis en de uitputting de meeste plaats in beslag nemen.

 

Jaren geleden, was ik zwaar hypochondrisch wat wil zeggen dat ik voortdurend bang was dat de lichamelijke klachten zouden wijzen op een hele ernstige en zelfs dodelijke ziekte. Hoe vaak ik wel niet heb gedacht dat ik kanker had, een hartstilstand of een hartaanval zou krijgen of weldra een hersenbloeding zou krijgen. Een helderziende vrouw heeft eens voorspeld dat ik rond mijn vijfenveertigste een hartaanval zou krijgen als ik niet meer zou lachen. Sindsdien ben ik altijd bang geweest een hartaanval te krijgen. Ik mag dan soms wel dood willen, maar ik ben ondertussen als de dood voor de dood en ik wil vooral oud worden en eventueel ooit kleinkinderen begroeten.

 

Bovendien ben ik heel erg bang voor en zie ik echt Himalaya hoog op tegen medische ingrepen, zoals chirurgisch gedoe en narcose. Ik ben ook altijd bang dat ik het niet trek, als ik in het ziekenhuis zou komen te liggen, om op een afdeling met andere mensen te liggen. Met mijn angststoornis is dat geen prettig ‘vooruitzicht’. Mensen trekken vaak energie uit je, vooral als ze eindeloos praten of als hun vertelsels je weinig interesseren. Op de momenten dat ik word leeggezogen, word ik automatisch angstig, paniekerig en onrustig.

 

De laatste paar dagen gaat het iets beter met me dan de maanden hiervoor. Iets meer veerkracht heb ik sinds lange tijd om mijn pleinvrees te lijf te gaan en beter om te leren gaan met mijn gebrek aan energie/chronische uitputting. Mijn veerkracht was tijdens de kanker van mama bijna helemaal weg. Ik kon het niet meer opbrengen om buiten te oefenen met fietsen, wandelen en winkelen en mijn angsten werden daardoor sterker. Ik dacht voortdurend na over de dood en was louter bezig met negatieve zaken. De ziekte van mama was emotioneel een veel te grote belasting voor me. Voor alle betrokkenen was het zwaar, maar ik ben de zwakste schakel en kan het minst aan, waarmee ik de ziekten van bijvoorbeeld mijn oudste zus niet wil bagatelliseren, want zij heeft het ook verschrikkelijk zwaar. Zij is evenwel veel meer een optimist en een mensenmens. Ze is ook pienter, maar minder diepzinnig en minder zwaar op de hand. Dat is een zegen voor haar. Gelukkig maar.

 

Heb ik schuld aan mijn ziekten? Nee, dat niet, vind ik. Natuurlijk maak ik wél fouten. Ik pleeg vaak roofbouw op mijn energiehuishouding door veel teveel hooi op mijn vork te nemen en signalen van lichaam en geest die willen dat ik stop en ga rusten te negeren. Als ik iets in mijn hoofd heb, dan moet het af, vandaag nog! Dit boek had ik ook het liefst in één dag klaargestoomd. Het schrijven en vooral het herschrijven ervan stelde mijn geduld (dat ik amper heb) enorm op de proef. Sommige karaktertrekken helpen niet echt mee om te herstellen. Je kan evenwel onmogelijk tegen je natuur vechten. Hooguit kun je een beetje snoeien.

 

Maar echt schuld aan mijn situatie heb ik niet. Mijn rampjeugd, mijn zeer gevoelige innerlijk, de vicieuze cirkel en de harde maatschappij zijn de belangrijkste oorzaken van mijn ellende. Echter, dat is geen reden om willoos af te wachten wat het leven vandaag weer met me doet. Ik kan wel ZELF alles doen wat in mijn macht ligt om het leven op een zo aangenaam en zo gezond mogelijke manier te leven en om op een zo positieve wijze om te gaan met wat mij is overkomen. Ik moet zeggen dat ik sinds het ontslag bij Playlist beduidend meer energie heb dan voorheen. Het werk deed ik met groeiende tegenzin en afnemende motivatie. Het vrat energie.

 

Na de Thaise massage van dinsdag voel ik me weer iets flexibeler en energieker dan sinds hele lange tijd. Ook geestelijk lijk ik wat lekkerder in mijn vel te zitten na de Thaise massage. Wonderlijk hoe je geest reageert als je lichamelijke spanningen oplost, of deels loslaat. Ik ben blij dat ik deze Thaise masseuse in Duitsland,14 kilometerbij mij vandaan, heb gevonden. Ze doet haar werk vol liefde, toewijding en geduld. Een betere masseuse ben ik nog niet tegengekomen.

 

Je redding hangt vaak af van de mensen die op je pad komen. Je moet nét de juiste persoon treffen. Zolang dat niet het geval is, is het allemaal veel moeilijker en soms onmogelijk.

 

In de liefde heb ik gelukkig eveneens de juiste persoon getroffen. Heel lang leek het alsof er voor mij geen (ge)liefde was weggelegd, maar toen kwam Sonny in mijn leven via een contactadvertentie...

 

Hoofdstuk 12.

 

Volg de ritmes van de natuur. Sta op en rust met vader Zon (Een van de 10 geboden van de indianen).

 

Door mijn legendarische ongeduld en mijn ongeëvenaarde gulzigheid probeer ik voortdurend genezing te forceren. Daarmee verknoei ik keer op keer mijn eigen genezingsproces. Ik neem veel teveel hordes tegelijk en loop veel te hard van stapel waardoor ik struikel over mijn eigen ongeduld.

 

Neem nou vanmorgen tijdens mijn eigenhandige fobietraining: ik had de auto aan de rand van de stad geparkeerd en ben - met de grote, stevige, lange paraplu als steun en toeverlaat - naar het CS gelopen om de gratis krant METRO te pakken. Heb ik een doel en thuis wat te lezen.

 

Het wandelen ging ditmaal vrij aardig. Ik had veel minder zware benen dan gisteren en minder last van angst. En dat, terwijl ik gisteravond voor het slapengaan nog twee Paracetamol moest slikken, omdat de hoofdpijn - die al een halve dag zeurde en die gepaard ging met duizeligheid, misselijkheid en een slap gevoel: allemaal na het poetsen van de benedenverdieping van het huis - te erg werd en ik niet zou kunnen slapen.

 

Goddank bestaat er Paracetamol. Soms weet ik dat ik te ver over mijn grenzen heen ga, teveel energie verbruik, maar dan denk ik gewoon: 'so what, ik wil dit af krijgen, dit klusje, en als ik weer hoofdpijn krijg, neem ik vanavond gewoon twee Paracetamol in'. Meestal trekt de hoofdpijn met bijgaande lamlendigheid dan wel weg, helemaal of enigszins.

 

Terug naar mijn verhaal over ongeduld. Het ging dus lekker vanmorgen, dat wandelingetje. Zo lekker, dat ik meteen begon te fantaseren over een baan, desnoods in de Randstad. Zou het niet fijn zijn als ik mijn gezinnetje weer financieel kon ondersteunen, als ik mijn ambities kon verwezenlijken, als ik meer onder de mensen kwam en een doel had in het leven?

 

Maar ik realiseerde me dat ik andermaal veel te ongeduldig was en dat ik wederom veel te grote stappen wilde maken. Eén zwaluw maakt nog geen zomer.

 

Door mijn ongeduld ben ik wel al duizend keer veel te hard van stapel gelopen, met teleurstelling en meer schade dan voorheen (voor wat betreft de gezondheid) tot gevolg. Mijn herstel moet en kan alleen maar stapje voor stapje gaan. Ik moet doseren. Heel moeilijk voor iemand die zo ongeduldig is!

 

Ik wil altijd alles meteen en tegelijk doen en zo pleeg ik voortdurend een moordaanslag op mijn energiehuishouding met als gevolg dat ik telkens over mijn grenzen ga en erger ziek ben en langer in de lappenmand lig dan voorheen.

 

Nogmaals, letterlijk stapje voor stapje zal ik buiten vertrouwen moeten opbouwen en moeten wennen aan ONTSPANNEN buiten-zijn. Na één geslaagd wandelingetje van een kwartiertje in de stad ben je als oververmoeide fobielijder echt niet genezen en zeker niet klaar om een drukke baan in de Randstad te aanvaarden!  Eerst moet ik werkelijk fit zijn en vrij genoeg zijn van angst om realistisch te kunnen dromen over een nieuwe carrière.

 

Hoe lang heb ik wel niet met hangen en wurgen gewerkt? Eén keer per week naar de redactie van het blad. Ik liet mijn collegae nooit iets merken, maar het kostte me telkens tien jaar van mijn leven, die werkdag: de enorme stress om onderweg (trein en lopen naar het redactiegebouw) de pleinvrees enigszins te bevechten en de werkdruk en de drukte op de redactie te lijf te gaan....

 

Iedere keer moest ik daar thuis een week van bijkomen en was ik al die tijd nauwelijks aanspreekbaar. Ik raapte me de week daarna weer op om naar de redactie te gaan. Alle moed en energie die ik nog in me had, verzamelde ik dan om te kunnen werken.

 

Ja, ik werkte, maar vraag niet hoeveel kracht dat kostte en hoe ikzelf maar ook mijn gezin daar onder hebben geleden. Ik ben nog lang niet zo ver dat ik ben genezen of weer kracht en energie genoeg heb om buitenshuis te kunnen werken. Dat zal zeker nog een paar jaar duren. Als het me al lukt om de pleinvrees ooit te overwinnen en weer energiek te worden en niet na iedere inspanning - geestelijk of lichamelijk - ziek te zijn, of me ziek te voelen.

 

Stapje voor stapje...

 

Door ongeduld lijkt alles sowieso langzamer te gaan. En door ongeduld gaat alles slechter, waardoor je eerder achterop raakt dan vooruit komt. Wie te snel wil gaan, komt op het einde tekort.

 

Ik weet nog dat ik aan de Kennedymars (80 kilometerlopen door het Limburgse land) meedeed toen ik een jaar of achttien was. Ik ging als een speer van start en dacht dat ik iedereen er wel even uit zou lopen. Zo snel mogelijk wilde ik finishen. Liefst als eerste, want ik heb de neiging te willen stralen, te willen uitblinken.

 

Echter, halverwege was ik helemaal op en kon ik niet meer vooruit. Mijn linkerknie pitste en brandde en kon ik niet meer strekken. Overbelasting. Ik ben vervolgens in m’n eentje naar huis gestrompeld. Echt gestrompeld. Nog nooit leken twee kilometer zo lang en zo langzaam te gaan. Ik weet nog dat voorbij rijdende automobilisten met hun wijsvinger naar hun hoofd wezen.

 

Twee uur lang heb ik, toen ik eenmaal thuis was, in een warm bad gelegen en daarna was ik nog steeds kapot van de inspanning. Letterlijk veel te hard van stapel was ik gelopen.

 

Zojuist ook weer toen ik de voortuin heb gedaan. Tijdens het schoffelen, dacht ik: 'dan maai ik straks ook het gras en die lavendelstruiken moeten gesnoeid worden, dat doe ik ook nog wel even'

.

En dat zegt een man met een burn-out, met een chronisch energietekort en die na duizend grensoverschrijdingen toch wel zou moeten weten welke tol hij betaalt voor teveel hooi op de vork nemen.

Die lavendelstruiken heb

ik na het schoffelen deels gesnoeid, maar het gras maai ik een andere keer wel. Eindelijk een beetje verstandig. Maar waarom is het zo moeilijk voor me om maat te houden? Waarom ben ik zo ongeduldig en wil ik alles meteen en alles tegelijk doen?

 

Met computeren heb ik dat ook. Als ik aan het bloggen ben, wil en zal ik meteen alle hersenspinsels met iedereen delen. Als ik met het ene blog bezig ben, denk ik alweer aan het volgende blog: 'die wil ik straks ook nog tikken en het liefst meteen na dit blog'. Ik doseer te weinig. Ik doe vaak alles meteen, tegelijk, te snel en ik doe teveel. Funest, zeker voor iemand die een permanent gebrek aan energie heeft en die door (teveel) inspanning zieker wordt (grieperig gevoel: warm, hoofdpijn, duizelig, misselijk, slap) én zelfs angstiger (meer pleinvrees, innerlijke onrust en paniek).

 

Toen ik journalist was, heb ik nooit een deadline overschreden. Ik leverde mijn taken altijd als eerste in, ruimschoots voor de deadline, meestal binnen een paar uur. De gedachte dat er nog werk of een taak op me ligt te wachten, is voor mij ondraaglijk. Ongeduld kan ook een voordeel zijn, soms. Mijn bazen hebben me nooit moeten waarschuwen dat ik de deadline niet zou halen. Nooit. En ik hoefde nooit te stressen op het allerlaatste moment.

 

Maar eigenlijk vind ik het gewoon heel fijn om geen taken te hebben, om mijn handen vrij te hebben. Het is volgens mij daarom dat ik alles meteen doe. Dan ben ik ervan af. Misschien ben ik in essentie wel heel lui. Lekker geen werk! En wellicht werk ik dus zo snel en als een bezetene door om straks te kunnen luieren en te kunnen dagdromen (want dat doe ik graag en veel).

 

Altijd ben ik al ongeduldig geweest, maar ik denk dat het ongeduld zich vooral heeft gemanifesteerd op school. Op tijd je huiswerk af moeten hebben. Snel je huiswerk maken om daarna leuke dingen te kunnen doen.

 

Bovendien kan ik heel moeilijk tegen haast. Als ik me moet haasten, raak ik pas echt overspannen en overbelast. Tijdsdruk is een crime voor mij. Ook daarom zorg ik ervoor alles ruim voor de deadline af te hebben. Mijn kinderen hebben de neiging om te treuzelen 's morgens waardoor we ons soms moeten haasten om op tijd bij opa en oma te zijn waar hun fietsen staan (hoeven ze minder ver naar school te fietsen). Door die haast begint mijn dag vaak niet fijn. Heel erg prikkelbaar ben ik dan.

 

School is niet alleen maar bevorderlijk voor mensen, het richt ook schade aan. Door school ben ik veel meer gaan nadenken, in mijn hoofd gaan zitten zoals ze dat soms noemen. Ik denk dat veel kinderen en veel volwassenen een heel druk bezet hoofd hebben, dat ze hun gedachten moeilijk stop kunnen zetten. We doen zo ontzettend veel met ons hoofd en er wordt op school en later op ons werk zoveel aanspraak gemaakt op ons brein, op onze hoofdenergie/breinenergie. Dat is niet goed.

 

Het is allemaal wat. En dan ben ik ook nog eens hoog gevoelig oftewel emotioneel intelligent. Volgens testen is mijn IQ bovengemiddeld, maar hoogbegaafd ben ik beslist niet. No way. Maar ik ben wel emotioneel hoogbegaafd om het zo maar te noemen. Ik voel heel veel dingen, sferen, mensen en situaties haarfijn aan, heel intens bovendien.

 

Het is geen ziekte, die hoog gevoeligheid, het is een eigenschap met positieve en negatieve eigenschappen. Hoog gevoelige mensen zijn vaak creatief en filosofisch en artistiek aangelegd of ingesteld, maar ze kunnen dus ook overgevoelig zijn.

 

Tegenwoordig maken ze evenwel overal een ziekte van: als je erg gevoelig bent en je stemmingen wisselen, heb je borderline of ben je manisch-depressief, als je erg energiek bent, heb je ADHD, als je emotioneel bent, ben je labiel, als je veel in je hoofd zit, heb je ADD.

 

En al die etiketjes worden als ziektes en niet als eigenschappen aangemerkt, waardoor de mensen die het hebben ten onrechte menen dat ze ziek zijn, geneesmiddelen innemen en naar oplossingen zoeken voor iets wat ze gewoon ZIJN en waar ze nooit vanaf kunnen en ook nooit vanaf MOETEN komen (eigenschappen kun je niet wegwerken!).

 

Je kan hooguit leren wat beter om te gaan met je eigenschappen.

 

Maar dat is vaak moeilijk, zeker als negatieve eigenschappen of eigenschappen met negatieve bijkomstigheden heel hardnekkig zijn, zoals mijn ongeduld. Mijn ongeduld is sterker dan ikzelf, lijkt het soms. En toch zal ik moeten leren om maat te houden en op tijd op de rem te trappen, niet te snel te willen gaan en niet alles achter elkaar te willen doen.

 

Ik ben een vechtjas en heb hoop dat het me lukt, ooit. Maar dan zal ik mezelf wel veel beter in de gaten en in de hand moeten houden. want dit inzicht heb ik al decennia, maar in de praktijk ga ik steeds weer de mist in en krijgt mijn ongeduld telkens de overhand...

 

Hoofdstuk 13.

 

Oordeel met je hart en niet met je ogen (Cheyenne).

 

Het ergste van mijn angststoornis, pleinvrees en chronisch gebrek aan kracht en energie vind ik dat de mensen van wie ik hou, zorgen hebben door mijn toestand en belast worden door mijn situatie. Ik weet dat mijn peettante geregeld een kaarsje voor me opsteekt en laat branden in de kerk, een teken dat ze zich druk maakt om mijn malaise. Ik weet dat mijn twee lieve zussen en mijn zorgzame moeder voortdurend in de rats zitten over mijn toestand, ook al praten ze daar zelden over. Sonny staat me altijd bij en is er voortdurend alert op om me te ontlasten. Soms te zeer en dan zeg ik tegen haar dat ze me niet zo moet pamperen en dat ik het zelf wel aangeef als ik haar hulp écht kan gebruiken. Als we een straat oversteken, pakt ze mijn hand vast en als ze na het werk vermoeid thuiskomt, jaagt ze me soms uit de keuken weg om het van me over te nemen. Zij voelt inmiddels feilloos aan wanneer ik me niet lekker voel.

 

Onze twee heerlijke kinderen zijn soms bang dat zij ook pleinvrees krijgen en dat ze net als hun vader onherstelbaar vermoeid raken. Onze dochter vertoont zo nu en dan hypochondrische trekjes, net als ik. Als ze buikpijn heeft, denkt ze al snel dat ze kanker heeft. Onze zoon heeft een hele sterke liftfobie. Hij durft de lift niet meer in. Soms ‘dwingen’ we hem en dan staat hij met ingehouden adem te wachten totdat de deuren weer opengaan.

 

De kinderen zeggen dat ze niet zo stilstaan bij wat er met me aan de hand is en ik praat er met hen zo min mogelijk over, maar mijn toestand speelt natuurlijk wel een rol in hun leven. Ze vinden het vervelend als we ergens (van een feestje of uit een pretpark) eerder weg moeten, omdat ik moe ben en ze vinden het niet leuk dat ik geen geld verdien waardoor we vaak de eindjes aan elkaar moeten knopen. Ze zijn bang dat Sonny ook werkloos wordt en dat we dan écht arm worden en ons huis dienen te verkopen.

 

Kinderen - pubers incluis of juist pubers, want er verandert al zoveel in hun leven op dat moment - zijn gebaat bij en hebben een enorme behoefte aan zekerheid, veiligheid, harmonie en stabiliteit, en dat kunnen we hen helaas niet altijd geven door de situatie waarin ik nou eenmaal verkeer. We kunnen de kids wél liefde, geborgenheid, gezelligheid en steun geven, en daar zorgen we dan ook dagelijks voor, zo ontspannen en vanzelfsprekend mogelijk.

 

De kinderen maken een gelukkige indruk en ze zeggen soms dat ze het fijn hebben bij ons. Een mooier ‘geluid’ bestaat er niet…

 

Het zwaarste van iedereen heeft Sonny het die machteloos moet toezien hoe zelfs zij niet in staat is me te genezen en me erbovenop te helpen. Iedereen zegt dat ze zo sterk is en dat is ook zo, maar zij is natuurlijk ook maar een mens en ik betreur het heel erg dat ze niet vrijuit en niet onbezorgd kan leven, dat ze altijd een veel te zware bagage meetorst en zich voortdurend zorgen maakt over mij.

 

Waar heb ik haar in meegesleurd? Want ik was nog zieker toen ik haar leerde kennen. Had ik haar toen niet al tegen mij of tegen mijn ellende moeten beschermen? Wel een jaar lang heb ik haar voorgelogen: dat ik Pfeiffer had gehad en moeizaam herstelde. Ik was bang dat ze me niet zou begrijpen als ik haar zou vertellen dat ik een angsthaas was met een burn-out van hier tot Tokio.

 

Waarom was ik zo egoïstisch om haar bij mijn huiveringen te betrekken? Ik had iemand nodig, ik hunkerde naar liefde en naar intimiteit en ik had haar uitgekozen en zij mij. Ik ben er blij om dat we meer dan twintig jaar bij elkaar zijn maar zij heeft niet het leven gekregen dat ze verdient. Ik ook niet, maar ik was al ziek. Zij is door mijn ziekte te zwaar op de proef gesteld.

 

Soms zeg ik tegen haar: 'Laat me maar en zoek iemand anders'. Ik meen het natuurlijk niet en ik zou me geen raad weten zonder haar liefde en aanwezigheid, maar het voelt voor mij soms als een last dat ik mijn vrouw zo belast. Maar dan zegt Sonny dat ze me onmogelijk kan verlaten, want ze houdt van me en ze weet dat ik het zonder haar niet red.

 

Eerlijk is eerlijk: ik kan heel zorgzaam en lief zijn, en humoristisch en gepassioneerd. Ik heb natuurlijk wel iets dat haar aantrekt en dat haar de kracht geeft om bij me te blijven.

 

De mensen van wie je houdt, wil je gelukkig maken, niet zorgen baren. Als je door je toestand, alhoewel je geen schuld hebt, dan toch een enorm groot beroep moet en kan doen op je partner, dan voel je je wel eens heel erg ongelukkig en bezwaard. Niet eens zozeer schuldig, maar je betreurt het gewoon heel erg dat je niet samen ten volle van het leven kan genieten, dat er altijd een maar is, dat je altijd met de handrem erop leeft, dat je een aangepast leven moet leiden. We maken er iedere dag het beste van en plukken zoveel mogelijk de momenten, maar zwaar blijft het. Het is niet het leven dat een mens zich wenst.

 

Ik realiseer me heel goed dat er mensen zijn die nog veel meer aanpassingen moeten doen - zoals mensen die verlamd zijn - maar ik kan in een autobiografie natuurlijk voornamelijk mijn eigen situatie en gevoelens beschrijven.

 

Zoveel dingen die we graag zouden doen die we niet kunnen doen. Fietstochten maken. Weet je wel hoeveel pijn het doet als we andere stellen en gezinnen zien fietsen als het mooi weer is, terwijl ik dat door het gebrek aan energie en door de pleinvrees niet kan? Vroeger fietste ik me te blubber. Als tiener ben ik heel erg eenzaam geweest en die eenzaamheid vulde ik op door lange fietstochten te maken waar ik van genoot. Ik verbeelde me dan dat ik de sterwielrenner was in de Tour de France. Mijn heroïsche ‘bergbeklimmingen’ voorzag ik van begeleidend commentaar: “En daar gaat Duncan Robot als eerste over de top. Hij laat het hele peloton achter zich.”

 

Niets is meer zoals het ooit was. Vroeger was ik dol op zonneschijn en op mooi weer, maar ik heb er een afkeer van gekregen, omdat stralend weer mij des te harder confronteert met mijn beperkingen. Iedereen gaat naar buiten om leuke dingen te doen als de zon schijnt, maar mijn martelgang wordt dan pas écht groot: want ik kan niet recreëren in de natuur of ontspannen wandelen door de stad. Ik kan wel wandelen door de stad en ik doe dat ook, maar het vergt telkens verschrikkelijk veel kracht. Het peigert me af, terwijl het gezonde mensen juist energie GEEFT!

 

Wat zouden Sonny en ik graag lange wandelingen maken. Zij houdt erg van wandelen, maar ze kan het met mij nooit doen. Ook zij wordt dus heel erg beperkt. De kinderen worden evenzeer beperkt. Wat zou ik graag met zoonlief naar een voetbalwedstrijd gaan. Is onmogelijk. Wat zou ik met dochterlief graag naar een concert gaan. Is onmogelijk. Niet alleen voor mij, maar ook voor hen om dat met hun vader te kunnen doen.

 

Wat zou ik graag twee, drie uur met de kinderen gaan tennissen. Af en toe huren we een tennisbaan voor een uurtje. Dan moet ik om het kwartier tien minuten pauzeren. Na een uur - inclusief pauzes - ben ik kapot. Uitgeput, zwak, duizelig en vooral heel erg prikkelbaar.

 

Die prikkelbaarheid door gebrek aan energie en door een overbelast lichaam is misschien nog wel het allerergste. Iemand die prikkelbaar is, is geen leuk gezelschap voor zijn of haar omgeving. Ik ben een pleaser, maar als ik prikkelbaar ben, heb ik kromme zin, ben ik onaanspreekbaar en nukkig en ben ik het liefst op mezelf.

 

Bovendien kun je zelf weinig verdragen als je prikkelbaar (overbelast en gering belastbaar) bent. Je weet op zo’n moment zelf dondersgoed dat je niet lekker in je vel zit en dat je onaardig doet en dat je bijna niets kan verdragen, maar je kan er niets aan veranderen. Je kan je hoogstens terugtrekken. Je kunt hooguit kalm proberen te blijven en wachten totdat je niet prikkelbaar meer bent en je weer blij kan zijn en kracht hebt om te praten en te luisteren.

 

Ik ben soms te moe om naar de enthousiaste verhalen van mijn dierbaren te luisteren. Voor mij niet leuk, maar voor hen ook niet! Dat doet me echt pijn.

 

Vanzelfsprekend schiet de seks er meestal ook bij in als je voortdurend veel te laag in je energie zit. Je kan je voorstellen dat de erecties dan niet zo makkelijk komen en dat ze, als ze komen, niet lang stand houden. De zin in seks is minder en als de zin er is, blijft de erectie er dikwijls bij achter. Het lichaam doet dan lang niet zo enthousiast mee! Daar heb niet alleen ik last van, maar Sonny vanzelfsprekend ook. Gelukkig is zij geen seksbeest dat heel erg veel waarde hecht aan neuken, want anders had ze het bij mij nooit kunnen uithouden. Menige vrouw had mij allang gedumpt: ik ben nooit fit, heb geen werk en er moet constant rekening met mijn beperkingen worden gehouden

.

Deze ziekte grijpt in op ieder facet van het (dagelijks) leven, voor mij maar ook voor mijn dierbaren. Dat zit mij dwars. Ik moet ouderavonden en schoolmusicals overslaan, omdat ik niet goed tegen drukte kan en omdat ik liever pas voor een paniekaanval waar alle ouders getuige van kunnen zijn. Ik kan door de angststoornis niet ontspannen in de bioscoop of in het theater zitten ('s avonds ben ik sowieso vrijwel altijd afgepeigerd, zelfs als ik overdag weinig heb gedaan). Ik kon zelfs niet naar de plaatselijke voetbalclub als onze zoon in het jeugdteam speelde, omdat ik altijd op mijn benen sta te wankelen op open plekken én als mensen tegen me praten. Zeer onvast ter been ben ik, vooral buiten en in de omgang met mensen. Ik hou het niet lang vol om te staan en als ik sta, dan heb ik het gevoel alsof ik omval.

 

Ik vind het zielig voor de kinderen als alle andere vaders wel gewoon bij belangrijke momenten in hun leven zijn en als zij hun vader op zo’n ‘primetime moment’ moeten missen. Ik vind het buitengewoon sneu voor Sonny dat ze zichzelf vastgeketend heeft aan een loodzwaar blok beton, aan mij dus, en dat ze niet vrijuit kan leven. Zij is tot dusver redelijk gezond, maar van die gezondheid kan ze samen met mij niet voluit genieten. Dat doet pijn. Dat ik het zelf moeilijk heb, is al niet leuk, maar dat mijn dierbaren het mede door mij zwaar hebben, is eigenlijk nog veel erger. Misschien dat ik me daarom heel erg verantwoordelijk voel om goed voor mijn gezin te zorgen en een hele lieve en leuke papa en partner te zijn. Een goede drijfveer, dat dan weer wel…

 

Hoofdstuk 14.

 

Koester al je relaties (Een van de 10 geboden van de indianen).

 

Alle activiteiten buitenshuis en onder mensen kosten me ongelofelijk veel kracht. Daardoor gaat er ontzettend veel aan onze neus voorbij. Bedrijfsetentjes van de zaak waar mijn vrouw werkt, moet ik meestal afzeggen. Mijn vrouw gaat dan alleen. Soms moet ze zich als een weduwe voelen...

 

Een grote familiereünie durfde ik niet bij te wonen. Veel teveel mensen, veel te druk. Op de avond dat de hele familie na wel vijftien jaar nog eens bij elkaar was, was ik de grote afwezige.

 

Ik ben een Beatles-fan en toen Beatles-drummer Ringo Starr, al decennia een gevierd soloartiest, op het popfestival Bospop in Weert optrad, had ik heel graag willen gaan, maar het is ondenkbaar dat ik me in een mensenmassa voldoende op mijn gemak kan voelen, dat ik dan kan genieten en ontspannen.

 

Toen de kinderen en hun ouders met de lagere school fakkeltochten liepen, moest ik verstek laten gaan. Eén keer heb ik meegelopen en dat kostte me bloed, zweet en tranen. Niemand heeft het gemerkt, maar ik kwam helemaal kapot thuis. Blij dat ik het toch had gedaan, maar gefrustreerd dat het zo met hangen en wurgen gepaard was gegaan: de straatvrees was riant en de wandeling was me te lang. Twee weken heb ik nodig gehad om op adem en weer een beetje tot mijzelf te komen. Geen mens, buiten mijn gezinsleden dan, die dat wist.

 

Gelukkig begrijpen sommige mensen, zoals Sonny’s bazen, wat er aan de hand is. Of misschien begrijpen ze het niet, maar accepteren ze in elk geval wél dat het zo is. Een baas van mijn vrouw is heel meelevend en informeert regelmatig naar ons wel en wee en naar mijn gesteldheid. Dat doet ons goed. De wetenschap dat er mensen zijn die rekening houden met deze hele ‘kermis’ geeft een beetje troost.

 

Maar er zijn heel veel mensen die de hele rataplan niet kunnen en willen begrijpen, die mijn situatie en toestand onderschatten of nog steeds niet juist inschatten. Ik heb inmiddels afgeleerd om die mensen haarfijn uit te leggen wat er speelt. Gebleken is immers dat ze zich totaal niets kunnen voorstellen bij wat er aan de hand is, en dat ze ook geen moeite doen om het te snappen. Sommige mensen hebben gewoon heel weinig inlevingsvermogen. Dat moet je accepteren. Dat kun je niet veranderen.

 

Ik verzin vaak excuses als ik niet kan meedoen aan bijvoorbeeld een 'gezellig' etentje in een restaurant. Ik heb dan geen zin om voor de tienduizendste keer uit te leggen dat het me teveel kracht kost en dat zo'n etentje voor mij helemaal niet gezellig is, maar een loodzware opgave. Ze zouden het toch moeten weten?

 

Natuurlijk maak ik reizen met het gezin, over de hele wereld zelfs. Veel mensen denken daardoor dat ik me aanstel en dat ik alleen doe waar ik zin in heb en alleen op stap wil met mijn gezin. Bij Playlist noemden ze me op een gegeven moment ‘een zakkenvuller die zogenaamd niet naar een feestje of première durfde, maar die wel naar India en Indonesië’ ging.

 

Dat is evenwel een hele grove belediging. Nogmaals, in mijn eentje reizen of met onbekende mensen, vergt gewoonweg teveel van me. Alleen als Sonny bij me is - iemand met wie ik heel erg vertrouwd ben en die mijn angsten door en door kent  en begrijpt – durf ik op stap te gaan. En dan kan ik er ook van genieten. Mag het?!

 

De waarheid is dat die reizen me eveneens veel kracht kosten, maar dat ze ons ook energie geven. Ik zit alle dagen thuis en neem nooit deel aan de maatschappij. Daarom vind ik het heerlijk om eens ergens anders te zijn en om - letterlijk aan de hand van Sonny - de wijde wereld in te trekken, nieuwe indrukken op te doen, andere mensen te zien en nieuwe dingen op te snuiven.

 

Ons huis voelt vaak als een gevangenis voor me.

 

Tijdens onze reizen – waar we echt van genieten - lig ik net zo goed vaak met migraine op bed. Tijdens die reizen slepen Sonny en de kinderen me letterlijk over straat en over pleinen. Ik moet vaak in de hotels rusten. Sonny rijdt altijd. De angsten en paniek en vermoeidheid zijn dan even groot als wanneer ik thuis ben. Groter zelfs, want we zijn dan dikwijls een hele dag op sjouw (met veel pauzes en we mijden zoveel mogelijk drukke pleinen en brede straten).

 

Maar tijdens die reizen hoef ik niet te koken, te tuinieren en het huis schoon te houden. Ik hoef alleen maar leuke dingen te doen. Dat scheelt enorm veel. Er is de afleiding van alle schoonheid, ook dat scheelt een slok op een borrel.

 

Het is, ik benadruk het maar weer, waar dat ik me buitenshuis alleen bij Sonny echt veilig voel. Sonny is namelijk kalm en geen drukke prater. Zij heeft precies het gedrag en het karakter dat goed is voor mij, voor bij mijn klachtenpatroon. Ik kan drukte immers heel erg moeilijk de baas. Drukke mensen dus ook. Rustige mensen die veel luisteren kan ik veel beter managen met mijn klachten.

 

Mijn angsten en ongemakkelijkheid nemen toe in het bijzijn van andere mensen, zelfs in het bijzijn van familieleden, zeker als we iets gaan doen dat me veel kracht kost, zoals een stukje wandelen of ergens eten. Alleen bij Sonny en de kinderen heb ik het gevoel mezelf (ziek!) te kunnen zijn. Ze hebben inmiddels zoveel paniekaanvallen van mij meegemaakt, dat ze precies weten wat ze moeten doen en niet moeten doen. Ze laten me in mijn waarde en staan er niet meer raar van te kijken als het mis gaat. Ze vinden het wel nog steeds moeilijk om te zien (wennen doet het ook voor hen nooit), maar ze zijn ervaren getuigen.

 

Het is een kwestie van gevoel. Daar doet het ratio niet aan mee. Zoals ik dus ook steun heb aan de paraplu als ik een stukje ga wandelen. Rationeel gezien, is het onzin dat je je met een paraplu in je hand zekerder voelt of dat die paraplu je op de been zou kunnen houden als je echt omkiept. Maar gevoelsmatig biedt de regenbeschermer me zekerheid. Zo is het ook met Sonny en de kinderen . Mijn gezin voelt voor mij vertrouwd aan. Bij andere mensen heb ik al dan niet terecht het gevoel me groot te moeten houden. Ik weet niet hoe zij reageren als ik een paniekaanval krijg. Misschien schaam ik me ook wel voor mijn paniekerige gedrag. Het is iets dat je liever niet van jezelf laat zien. Iederéén wil zich zo goed en mooi en sterk mogelijk voordoen, en zo gezond mogelijk.

 

Eigenlijk zou ik er meer schijt aan moeten hebben: dat ze mijn paniekaanvallen maar meemaken, dan zien ze ook eens dat het geen fabeltje is waar ik altijd over klaag!

 

Ik weet dat Sonny exact aanvoelt wat er aan de hand is als ik bijvoorbeeld een aanval van lage bloedsuikerspiegel krijg en ineens heel slap word en als een bezetene blijf gapen, en als ik innerlijk heel erg onrustig en paniekerig word. Zij weet dan dat ze niet teveel moet praten en dat ik zo snel mogelijk wat moet eten, zodat die aanval wegtrekt.

 

Het is al heel vaak voorgekomen dat we op reis in een stad waren, geen eten bij ons hadden en dat we te lang wachtten met eten zoeken waardoor ik heel erg licht in mijn hoofd werd, alsmede rillerig, bang, slap en wezenloos. Dat ik voor mijn gevoel tegen bewusteloosheid aan zat te hikken. Iedere keer hebben we altijd net op tijd redding kunnen vinden door iets te eten te vinden. Dus als ik op pad ga, moet ik altijd zorgen fruit of koekjes bij de hand te hebben, zodat ik een aanval van een lage bloedsuikerspiegel kan pareren. Thuis eet ik na het ontbijt om half acht om tien uur – dus 2,5 uur later – een banaan of een boterham, zodat mijn krachten niet ineens helemààl wegvloeien.