Achterdetraliesvandeangst.jouwweb.nl
Home » DEEL 3

DEEL 3

 

Hoofdstuk 15.

 

Spreek de waarheid en wees goed voor anderen (een van de 10 geboden van de indianen).

 

Sonny ziet mijn strijd en strijdlust en ze weet daardoor dat ik een knokker ben, een vechtjas, een doorzetter. Mensen ‘van buiten’ kijken vaak heel anders tegen mij aan. Van ex-collega’s hoorde ik dat ze bij Playlist de spot dreven met mijn kwalen en dat ze me op den duur niet meer serieus namen. Dat deed pijn om te horen, ook al weet ik niet of het echt waar is wat die collega’s vertelden. Ik heb hier al vaak geschreven dat de huisarts me altijd maar wat schaapachtig zit aan te staren en zijn schouders ophaalt en dat de verzekeringsarts van het UWV me zelfs diep kwetste.

 

Er zijn familieleden die me een watje en een loser lijken te vinden, met name in de schoonfamilie. Ze zeggen dat nooit rechtstreeks tegen me, maar ik kan het opmaken uit de dingen die ze niet zeggen of juist wel zeggen, via een omweg. “ben je nog steeds ziek?”

 

Dat doet pijn, juist omdat ik zo ontzettend veel vechtlust, doorzettingsvermogen en veerkracht heb en evenmin om deze beproeving heb gevraagd! Voor Sonny is de houding van haar familie (en van mijn familie soms) minstens zo pijnlijk. Zij is mijn partner en zij gaat natuurlijk ook dagelijks door ONZE hel. Om dan best weinig weerklank te vinden bij de eigen bloedverwanten, dat is eigenlijk mensonterend, zeker gezien haar strijd, zorgen en vermoeienissen.

 

In haar familie zijn ze niet goed in het bespreken van persoonlijke zaken en in het uiten van gevoelens, dat speelt ook een rol. Ik wil hen beslist niet afvallen, want het zijn hele lieve mensen. Alleen, in deze specifieke situatie blijven ze voor mijn gevoel en voor dat van Sonny in gebreke, en zij niet alleen.

 

Maar het ergste is voor mij écht dat bijna alle artsen het in mijn optiek hebben laten afweten, als MENS vooral. Het begrip en de interesse bij de medici voor mijn klachtenpatroon zijn heel ver te zoeken. Ik denk dat ze zich geen raad weten met ziekten waar ze niets aan kunnen verhelpen. Echter, de medici zouden eens moeten beseffen dat een beetje interesse, aandacht, respect, betrokkenheid, een compliment voor je strijdlust en EXTRA moeite ook al heel veel zouden schelen!

 

Deze ontluisterende ervaringen met de witte jassen lees ik hier en daar terug in het boek 'Bange Helden' van freelance journaliste Wies Enthoven. Zij leed acht jaar lang aan het Chronisch Vermoeidheidssyndroom. Haar uitputting was nog vele malen erger dan mijn gebrek aan energie en aan kracht. Ook zij vond weinig gehoor bij de reguliere artsen. Het ontbrak voor haar gevoel vooral aan menselijkheid.

 

Trouwens, ik ben zo blij dat ik dit boek heb ‘ontdekt’. Ik heb het al eerder geschreven, dat weet ik, maar een herkenbaar verhaal maakt zoveel verschil!  Enthoven heeft ervaren wat gebrek aan energie inhoudt: dat als je het ene hebt gedaan, je totaal geen kracht meer hebt voor het andere en dat je na iedere geringe inspanning total loss bent.

 

Ze heeft ook meegemaakt, net als ik, dat er mensen zijn die in zo'n situatie, met zo'n ziekte, de meest lompe opmerkingen maken of geen greintje empathie aan de dag leggen. “Kom op, het is een kwestie van conditie opbouwen!” Of zoiets.

 

Daarentegen heeft Enthoven net als ik het genoegen mogen smaken van de zorgzaamheid van een gouden levensgezel, voor wie het allemaal minstens zo zwaar is. Op een andere manier zwaar, maar minstens even zwaar.

 

Het lezen van haar boek komt voor mij precies op het goede moment. Dit had ik zo hard nodig! Ik voelde me zo eenzaam, zo onbegrepen, zo alleen in mijn lijden en situatie, zo aan mijn lot overgelaten, zo in de steek gelaten door artsen en zelfs door sommige familieleden die er fysiek beslist zijn, die lief zijn en die het goed bedoelen, maar die toch tekort schieten in deze specifieke toestand, vooral omdat ze het dood zwijgen of er nooit zelf, uit zichzelf, over beginnen.

 

Ik maak me daar evenwel niet meer zo vaak boos over. Ik weet niet of ikzelf altijd wel even florissant reageer als mensen ziek zijn. We zijn toch allemaal met onszelf bezig en vaak bedoelen we het goed, maar geven we die ander niet wat hij/zij nodig heeft en zeggen we niet waar die persoon op dat moment behoefte aan heeft.

 

Ik heb geen zin meer om boos te zijn op lieve mensen die in dit opzicht niet kunnen bieden of willen bieden wat ik nodig heb. In elk geval heb ik mijn engelachtige vrouw en we hebben twee fantastische kinderen. Dat telt. Er zijn ook mensen die heel erg lang en erg lijden en die niemand hebben. Helemaal niemand. Niemand die speciaal is of die iets speciaals voor hen doet. Dat lijkt me zo erg!

 

Alle nadelen hebben voordelen. En andersom, maar daar zullen we het maar even niet over hebben. Dit verhaal is al zwaar genoeg.

 

Een hele mooie frase in het boek 'Bange Helden' lees ik op bladzijde 112. Wim, de partner van de schrijfster, heeft eens tegen haar gezegd dat hij door haar ziekte niet in de val is getrapt van de workaholic die zijn kinderen bijna nooit ziet. De auteur noemt dat; DE WITTE STIP IN DE ZWARTE VLEK.

 

Dat vind ik zo mooi: DE WITTE STIP IN DE ZWARTE VLEK.

 

Ja, net als Wim en Wies heb ik bepaalde dingen te danken aan mijn lijdensweg. Ook ik ben vrijwel altijd thuis en ik heb mede daardoor, maar ook doordat ik een kindervriend ben en omdat de kinderen me vertederen en verblijden, een hele sterke band met onze zoon en dochter. Sonny en ik hebben bovendien geleerd het kleine te waarderen en van het kleine geluk te genieten. We hebben geleerd meer de dag te plukken, het geld te laten rollen, het onszelf zo gemakkelijk en zoveel mogelijk naar de zin te maken en niets aan plezier en geluk uit te stellen.

 

We hebben samen het genot ontdekt van de sauna en van massages. Heerlijk en ontspannend! Na een saunabezoekje voelen we ons heerlijk loom, uitgerust, en slapen we als een roos.

 

We zijn emotioneel en mentaal naar elkaar toegegroeid. We zijn nog veel meer op één lijn komen te zitten. Ja, er zijn beslist hele mooie dingen, ontroerend mooie vruchten uit deze ellende voortgekomen. Dat is een feit. Een waarheid.

 

De kinderen hebben deels profijt van mijn toestand. Het is niet alleen maar kommer en kwel. De kinderen waarderen door onze levenshouding en door onze prioriteiten de kleine dingen meer dan veel andere leeftijdsgenootjes. Ze zijn dankbaar en zeker in materialistische zin niet veeleisend. Ze leren begrip te hebben voor mensen die niet helemaal kunnen meedraaien in de maatschappij en ze leren zorgzaam te zijn. Ze waarderen hun eigen gezondheid meer.

 

Er zullen gezinnen zijn waar iets meer stabiliteit en wat meer optimisme heersen, maar waar de band tussen vader en moeder en ouders en kinderen wellicht minder hecht is en waar de loyaliteit en liefde wellicht minder zijn dan bij ons.

 

Bij de een zit er in de weegschaal wat meer van dat en bij de ander wat meer van het andere en minder van het ene.

 

Zo gaat dat. Als de situatie maar gezond en leefbaar is en niet bedreigend is voor de kinderen. Gelukkig gaat het wat dat betreft zeer voortvarend bij ons thuis.

 

Ieder huisje heeft z'n kruisje. Nog zo'n mooi cliché. Ik ben blij dat onze kinderen een veel leukere, veel minder stressvolle en minder angstaanjagende jeugd hebben dan ik heb gehad (alhoewel ik in mijn jeugd tevens heel veel hele leuke dingen heb meegemaakt, ook met mijn vader) en dat ze een veel leukere en betere band hebben met hun vader dan ik heb gehad (en toch respecteer ik hem zeer en weet ik dat hij mij lief heeft). Zodoende wordt de cirkel toch een beetje gebroken.

 

DE WITTE STIP IN DE ZWARTE VLEK.

Het blijft een schoonheid van een zin. En zo waar.

 

Alles blijft Yin Yang. Yin en Yang is de grootste waarheid waarmee ik ooit kennis heb gemaakt: de samenwerking van de tegenstellingen en de tegenstelling in de tegenstelling zelve.

 

Hoofdstuk 16.

 

De vragen van het hart worden beantwoord door het hart (Omaha).

 

Vandaag een afwijzing gekregen van een uitgever die vindt dat mijn manuscript weinig perspectief en hoop biedt voor de lezers. De redacteur van de uitgever schreef in een hele aardige en invoelende mail dat mensen ‘hoop’ kopen en geen beschrijving van een lijdensweg willen lezen, want lijden kennen ze al. Mensen willen weten hoe ze uit het dal kunnen klimmen.

 

Jammer dan. Ik heb er nou eenmaal voor gekozen om vooral mijn pijn te beschrijven, mijn dagelijks lijden, met de kwellende gevoelens, gedachten en emoties die daarbij horen. Ik vind het namelijk jammer dat wij mensen altijd zouden moeten zwijgen over onze pijn en ik betreur het dat we ons sterker, gezonder en mooier zouden moeten voordoen dan we ons voelen. Doordat wij allen onze pijn verstoppen, voelen we ons eenzaam en is er zo weinig verbondenheid onder mensen. Als we ook onze pijn zouden uiten, dan zouden we ons veel sneller en meer in de ander herkennen!

 

Echter, ik hoop dat de lezer tussen de regels door bespeurt dat ik heel veel heb overwonnen en dat ik dankzij onverzettelijkheid, moed, levenslust, veerkracht, de liefde en steun van mijn gezin en dankzij mijn onvoorwaardelijke doorzettingsvermogen standhoud en er het beste van maak. Dàt is de hoop die ik de lezer geef!

 

Ik wil u laten weten dat ik weliswaar ongecensureerd en taboeloos mijn pijn beschrijf, maar dat je door vol te houden, door liefde van en voor anderen, door openhartige eerlijkheid en zelfmotivatie ondanks alle ellende en dankzij alle zegeningen een hele moeilijke situatie aan kan.

 

Het luchten van mijn hart door middel van het geschreven woord heeft mij heel erg geholpen om tijdens hele zwarte momenten de draad van de levenslust weer op te pakken. Met mijn openhartige schrijfsels, zonder terughoudendheid geschreven, wil ik iedereen laten zien dat het zin heeft en dat het een positief effect kan hebben om al je zwarte gevoelens te uiten en aan het papier toe te vertrouwen. Als je dat hebt gedaan, kun je er vaak weer tegenaan. Dan komt er weer ruimte voor het mooie, het fijne en het grappige. Puin ruimen!

 

Het is net als met de afvalstoffen van ons lichaam, die moeten er ook uit. Dat gebeurt via poepen, plassen en zweten. En ik weet wel dat niemand een ander wil zien poepen en plassen en dat niemand het zweet van een ander lekker vindt ruiken, maar hoe zou je je voelen als het net was alsof jij de enige was die zweet, poept en plast, omdat de anderen doen alsof zij dat niet doen? Hoe zou je het vinden als er een verbod kwam op de meest natuurlijke processen van je lichaam? Als het werd ontkend dat het bestaat?

 

Wat ik voorts duidelijk wil maken, is dat mensen ondanks een enorme vechtlust heel vaak niet (mogen/kunnen) genezen en dat het ook na vijftig jaar ziekte of handicap pijn blijft doen om te lijden, hetgeen niet wil zeggen dat je niet hebt leren omgaan met je beperkingen, dat je niet kan genieten en dat je niet vaak vrolijk bent.

 

Ik wil met dit boek en wat u in het vervolg van dit boek gaat lezen de realiteit laten lezen. Het leven is niet altijd maakbaar. Je eigen gemoedstoestand is eveneens niet altijd maakbaar, want die is toch ook afhankelijk van je situatie, van de gebeurtenissen, van je omgeving, van geluk en pech alsook van de stofjeshuishouding in je hersenen.

 

De meeste boeken waarin lijden centraal staat, bevatten inderdaad grote hoopvolle elementen, levenslessen en meestal een happy end. In mijn optiek zijn er nu echter wel genoeg van dat soort boeken geschreven en verschenen. Mag ook eens een keer de rauwe werkelijkheid worden beschreven?

 

Alles wat u leest in dit boek van mij, zijn getuigenissen van momentopnames. Ik ben vooral achter mijn computer gekropen op momenten dat ik de pijn van me moest afschrijven, zoals ik op het toilet ga zitten als ik een grote boodschap moet doen en niet als ik een liedje zing. Eten is lekker, frisse lucht opsnuiven, is lekker… maar dat zijn activiteiten die je Inneemt. Dat wat ik heb geschreven, moest eruit.

 

De kracht van dit boek is, hoop ik, de herkenbaarheid. Dat u zich misschien herkent in mijn gedachten, gevoelens, emoties en situaties en dat u zich daardoor minder eenzaam voelt en dat u weet dat ik er nog steeds ben, na alles wat ik heb meegemaakt. Een mens is dus sterker dan dat we zelf denken.

 

Als u dit boek tot dusver hebt gelezen, dan heeft u zelf kunnen concluderen dat ik opgekrabbeld ben, altijd door (een diep dal) ben gegaan, een maatschappelijke carrière heb gehad en dat ik vecht voor wat ik waard ben.

 

Strijdlust, dat is misschien wel de boodschap van hoop die in dit boek zit. Maar ook de eerlijkheid om zonder omwegen de pijn te beschrijven waarmee lijden en frustraties nou eenmaal gepaard gaan.

 

Denk niet dat ik altijd down ben en onafgebroken zit te kniezen. Meestal niet! Ik geniet van het vaderschap, ik schrijf graag, ik hou van de seizoenen, we reizen veel, iedere zondag komt mijn familie bij mijn moeder voor een gezellig etentje, de kinderen bezorgen me ontzettend veel vreugde en aan mijn jeugd denk ik meestal met warme gevoelens terug. Dan denk ik onder meer aan de heerlijke gezinsvakanties in Spanje. Papa was dan meestal wat meer ontspannen. Dat was een verademing.

 

Ik heb trouwens echt met hem te doen. Misschien heeft hij, in tegenstelling tot mij, niet de manieren gevonden om te ontspannen, wellicht had hij niet de levenspartner die bij hem paste, die hem begreep en die hem tegengas kon geven en die hem kon aanvullen, en misschien is er nog veel meer waardoor het allemaal niet lekker liep in zijn huwelijk en in zijn hoofd. Maar ook aan hem denk ik met respect. Veel heb ik van hem: zijn diepgang, zijn filosofische inslag, zijn observatievermogen, zijn realisme, zijn pessimisme soms, zijn frustraties, maar ook zijn werklust en zijn sociale betrokkenheid.

 

Ik merk dat de reactie van de uitgever me een beetje boos maakt. Niet dat ik kwaad ben vanwege de afwijzing, want daartoe heeft een uitgever het volste recht. Echter, de motivatie van de redacteur steekt me. En is kenmerkend voor deze succesmaatschappij waarin we alleen nog maar succesverhalen willen lezen en horen.

 

Niemand wil dus weten hoe iemand zich voelt die zich leeggemolken voelt, wat iemand denkt die zelfmoord wil plegen, hoe iemand zich voelt die aan het einde van z'n Latijn is. De maatschappij zwijgt het dood. Men wil niet weten wat iemand doormaakt die in een diepe depressie zit. Men is niet geïnteresseerd in mensen die psychisch en/of emotioneel ziek zijn, die een lange reis hebben gemaakt voorbij hun grenzen.

 

Nogmaals, alleen succesverhalen wil de samenleving horen. Er is alleen aandacht voor de sterren, voor de rijken, voor de geslaagden, voor de winnaars, door de droomwaarmakers, voor de genezen uitverkorenen.

 

Hoe onrealistisch is dat? Hoe cru is het tegenover de mensen die juist aandacht en hulp kunnen gebruiken en die zich voelen als een kersverse weduwnaar op een bruiloft?

 

“Het is hun eigen schuld,” zeggen ze dan. “Moeten ze maar niet zo sippen.” Maar zo lust ik er nog wel een paar. Mensen krijgen soms ook longkanker door hun eigen schuld. Of een beroerte. Of aids. Of een hartaanval. Te hard werken, te weinig ontspanning, te vet eten, teveel roken, onveilige seks...

 

Dus mensen die zeggen dat het je eigen schuld is dat je toerenteller blijvend in het rood staat, ook in rusttoestand, die moeten beter nadenken en beter in- en meevoelen.

 

Weet je hoe het voelt, overspannenheid? Als gefluister dat door merg en been gaat, als gelach dat op vreselijk kabaal lijkt, alsof je in een wazige wereld bivakkeert met allemaal enge monsters, het grijs dicht op je huid en de van leedvermaak lachende grimassen uitvergroot. Het voelt alsof je over kasseien moet fietsen met twee lekke, platte banden. Het voelt alsof iemand met een schaar over het schoolbord krast. Het voelt alsof iemand met een kurkentrekker je hart doorboort en je hart uit je borstkas probeert te trekken. Het voelt alsof je een ballon bent die is geknapt, alsof je lichaam een uitgeknepen tube tandpasta is.

 

Niemand wil dus weten wat mensen zoals ik meemaken? Inderdaad, bijna niemand wil het horen. Niemand wil het lezen. Men gaat helemaal aan je (sores) voorbij. Of ze denken dat je er met een weekje rust vanaf zou moeten zijn. Maar ze beseffen en weten niet dat die bodem van de put dieper kan zijn dan het diepst van de diepste oceaan. En dat het lang duurt voordat je weer veilig boven bent en dat als je eenmaal boven bent je toch weer terug kan zinken, soms naar nog diepere diepte

.

Niemand heeft oog voor de achtergronden, voor de achterliggende oorzaak, voor de huidige situatie van de lijders en van de onrendabelen. Niemand ziet de hindernissen, de obstakels, de onzichtbare spijkers op de weg. Ze zien je niet staan en ze proberen alleen maar een wit voetje te halen bij degene die als eerste over de finish kwam of bij de man of vrouw met de kruiwagen.

 

Volledig aan je lot overgelaten, word je. Geen bloemen of fruitmand voor jou. Oh nee, lapzwans dat je er bent! Slapjanus! En daar ga je weer met de ziel onder je arm…

 

Niemand wil weten hoe diep een mens kan zinken, schuldloos. Niemand wil weten hoe zo iemand zich voelt, wat zo iemand denkt, waar zo iemand naar zuurstof zoekt. Als je zo diep bent gezonken, dan is Niemand je enige vriend.

 

Je hoort hoe de duivel zich op de dijen kletst van plezier. Je ziet hoe God pluimpjes uitdeelt aan de mensen met al tien mensenveren in hun kont. Je bent op een verjaardagsfeestje en jij krijgt geen taart. Je huilt en ze vragen je om weg te gaan omdat je het feestje verknalt. Het is nota bene je eigen verjaardag!

 

Ze willen het niet weten, maar ik laat het iedereen weten. Je voelt je alsof je door de papierversnipperaar wordt gehaald, alsof de boer jouw lijf omploegt, je voelt je als de alpinist die op een bevroren waterval uitglijdt en naar beneden stuitert. Je voelt je als iemand met een geestelijke dwarslaesie. Je lijf en geest trekken continu aan de alarmbel en aan de noodrem en het maakt een snerpend geluid waar je doof van wordt, en gek.

 

Papa, ook al ben je in mijn beleving een moeilijk en gekweld mens, ik kan je steeds beter volgen en begrijpen. Ook jij overwon je vermeende overspannenheid nooit. Misschien ook wel te kapot om te kunnen helen. Of nooit de manier gevonden - een manier die er misschien wél is - om het heilkruid te laten groeien.

 

Is het toeval dat op de eerste officieuze herfstdag van het jaar de muur van mijn schijnheiligheid omvalt en ik als vanouds mezelf emotioneel uitkleedt in dit blogbordeel? Een teken dat de overbelasting weer te erg de overhand heeft gekregen... Ik heb thans constant last van hitte-uitbarstingen, een gebrekkige weerstand, gevoelige tanden. Ik ben prikkelbaar en nauwelijks aanspreekbaar. Grieperig voel ik me. Meer uitgeput dan gewoonlijk. Ook na een diepe slaap. Vaak hoofdpijn.

 

Teveel spanning, te weinig ontspanning. Te weinig geluk, teveel tegenzin. Teveel ernst, te weinig humor.

 

Dit is nou wat ze noemen slecht in je vel zitten. Ik zal wel weer een manier vinden om ook hier weer enigszins bovenop te komen. Ik ben een strijder, een vechtjas, onverzettelijk. Een enorme veerkracht heb ik. Creatief ben ik. Ik vind tot dusver altijd weer een manier om de melkkoe over de sloot te krijgen, de stal in. Via sauna, massages, uitstapjes, gezelligheid of gewoon stoïcijns ont-stressen voor de tv.

Ik moet meer lachen. De luchtigheid opzoeken. Funniest Home Videos kijken. Dom simpel vermaak. Iets waar ik om moet lachen en niet bij nadenk, niets diepers voel dan alleen dom leedvermaak. Als ik die politici hoor en zie en als ik hoor op wie mensen gaan stemmen en wat voor regering we weer krijgen, dan word ik alleen maar heel erg opstandig en boos en verdrietig... Ronduit ongelukkig.

 

Mensen met een minder heftig en minder diep gevoelsleven kunnen zich hier allemaal helemaal niks bij voorstellen. Die vinden het allemaal overacting, overdreven, pathetisch...

 

Hadden ze maar een fractie van dat gevoel...

 

Moet ik mensen hoop geven, terwijl velen mij de hoop ontnemen?!

 

Hoofdstuk 17.

 

Leef en leer, sterf en vergeet alles (indianenspreekwoord)

 

Aan het bijkomen van twee poetsdagen. Als je een burn-out hebt, is zelfs het huismanschap slopend. Stofzuigen, afstoffen, dweilen en wc’s poetsen zijn dan loodzware missies.

 

Soms voel ik me als een leeg geslurpte oesterschelp: gevangen (door de vissers met hun netten) en van alle delicatesse ontdaan. Eigenlijk ben ik te gebroken om te kunnen functioneren, om zelfs huisman te zijn en om (zware) huishoudelijke karweien te doen. Maar ik kan mijn vrouw toch niet alles laten doen? Zij is ook maar een mens. Ik moet zien te voorkomen dat hier straks twee mensen met een burn-out op de bank zitten! Ellende maakt (meer) ellende.

 

Toch probeer ik positief te denken en mijn verantwoordelijkheid te nemen, in die zin dat ik mezelf moet geven wat ik nodig heb en dat ik goed voor mijzelf moet zorgen. Ik kan niet van andere mensen verlangen dat zij mij constant geven wat ik nodig heb en dat ze ervoor zorgen dat ik een beetje lekker in mijn vel zit. Het is aan mijzelf om het heft in handen te nemen en het goede te doen en het destructieve te laten. Als ik teveel hooi op mijn piepkleine vorkje heb genomen, dan is dat mijn eigen schuld.

 

Het geeft me kracht om zo te denken. Ik realiseer me daardoor dat ik de oplossingen vooral bij mezelf moet zoeken en dat ik me niet afhankelijk moet opstellen van de hulp van anderen. Als ik mijn energiehuishouding geweld heb aangedaan door niet op tijd te rusten, dan kan ik niemand anders de schuld geven dan mijzelf. Maar ik weet dan dat ik het volgende keer beter kan en moet doen. Op die manier krijg ik het gevoel het stuur van de terreinwagen, die door dikke modder moet rijden, zelf in handen heb.

 

Toch voelt het soms alsof ik me vasthoud aan een boei of aan een anker van suikerpapier en alsof de lente en de zomer voor iedereen zijn behalve voor mij: ik bivakkeer emotioneel constant in winter en herfst, terwijl de anderen genieten van hun zon.

 

Ik moet accepteren dat mijn situatie is zoals die is (ergernis maakt alles alleen maar erger) en ik moet roeien met de riemen die ik heb, en toch blijft het me frustreren dat iedere stap buiten de deur gepaard gaat met onzekerheid en dat ik zo weinig energie heb om voluit te leven. Ik wil juist zo graag! Ik hou zo van de leuke dingen van het leven en ik ben zo graag actief, net als vroeger!

 

Ach, we zitten allemaal in hetzelfde schuitje. Het ene lijden is erger en langduriger dan het andere, maar we lijden allemaal, min of meer. Het leven is bepaald geen feest, maar we kunnen wél een feestje (proberen te) bouwen. En als dat niet kan, dan moeten we de ergste ramp zien te voorkomen. En als ook dat niet kan, dan  moeten we zo ongeschonden mogelijk uit de ramp tevoorschijn zien te komen. En als dat niet kan, ja, dan maar gewoon wachten totdat de ergste ellende voorbij is.

 

Heb even de kracht en de energie niet om me vrolijk voor te doen en om grapjes te maken. Te moe voor. Misschien moet je eigenlijk niet schrijven als je je uitgewrongen voelt en als je het gevoel hebt alsof je door een haai van voren en door een walvis van achteren bent gebeten, zoals je ook nooit in een oververhitte bui in de auto moet stappen. Daar kan veel ellende van komen.

 

Dronken, ziedende en oververmoeide mensen zijn het meest eerlijk.

Ik ben aan het touwtrekken met mijzelf, merk ik. Aan de ene kant trekt mijn pessimisme, aan de andere kant trekt mijn strijdlust.

 

Er is nog veel om me op te verheugen: vakanties (Genua en Oxford), een broodje shoarma, een wedstrijd van Ajax, de omgang met en de vreugde van je kinderen, een potje seks... Daar kan ik allemaal intens van genieten.

 

En toch baal ik soms als ik 's morgens wakker word. Here we go again. Round and round we go. Een van mijn favoriete liedjes van John Lennon die op zijn manier net zo wijs was als de indianen. Iedere  dag hetzelfde treurige liedje, hetzelfde riedeltje: opstaan, ontbijten, fobietraining, krant lezen, tv kijken, wat fietsen of wandelen, koken, tv kijken en naar bed. En ondertussen mezelf trachten te vermaken achter de tralies van de angst en in de auto zonder accu.

 

Zodra ik wakker word, heb ik heimwee naar de nacht, naar de bewusteloosheid, naar de pijnloze slaap. De dagen zijn als een bordeel waar alle hoeren een geslachtsziekte hebben en overbrengen op de wanhopige, door lust bezeten klanten.

 

Wat een waardeloze, Freudiaanse vergelijking. ben niet in vorm. Ik schrijf veel, maar zelden is het veelzeggend. ben toch een beetje een wannabe. Of een beetje veel. Nog steeds te onrijp voor het geluk en voor succes en te Ziek voor Gezondheid.

 

Maar ik zet wél iedere dag mijn beste beentje voor. Ik pak mezelf voortdurend op, geef mezelf constant een schop onder de kont. Klagen is okay, maar blijven klagen is funest. Als ik niet allemaal deed wat ik doe om de dagen zo goed mogelijk door te komen, dan ging het nog veel slechter met me dan nu en dan was ik nooit zover gekomen. Ik ben trots op wat ik allemaal heb gedaan, heb overwonnen en heb bereikt, ondanks de trauma’s, kwellingen en beperkingen. Ik ben ook trots op het gezinnetje wat we hebben. Het is zo’n fijn, warm nest!

 

Zojuist boodschappen gedaan in een multiculturele wijk in de grotere stad. Even die burgerlijke dorpsheid ontvlucht. Weg van de keurige, brave borsten met hun aangeharkte tuintjes. Niets mis mee – het zijn allemaal onschuldige mensen - maar ik wil soms leven in de brouwerij en wat te kijken te hebben. Diversiteit! Al die verschillende kleurtjes en kledingstijlen, ik hou ervan. Even wat andere gezichten zien. Een beetje levendigheid. In een bijna compleet blank Provinciaals dorp is alles zo clean, zo saai, zo introvert. Ik woon hier graag, hoor, maar het is meer een behoefte van mezelf om eens wat andere gezichten te zien, andere culturen op te snuiven of mensen uit andere culturen te spreken, al is het maar over koetjes en kalfjes.

 

Zo'n multiculturele stadswijk is de wereld in een notendop. Afrika, het Midden-Oosten, Azië, Oceanië, Amerika... alle continenten oftewel super atollen zijn vertegenwoordigd. Ik hou ervan.

 

Ik hou ook van humor, al zou je dat misschien niet zeggen na het lezen van al deze humorloze hoofdstukken. Onze kinderen hebben altijd van die bijzondere uitspraken. Gisteren zei dochter: "Ik vind mensen niet meer leuk als ze dood zijn. Ik vind dode mensen asociaal. Dan laten ze zich in zo'n enge, zwarte lijkenwagen rondrijden en moeten ze begraven worden... Als jij na je dood maar niet bij me komt spoken."

Geestig.

 

Voordat ik straks de kinderen van school haal, ga ik nog even een stukje rijden. Wat indrukken opdoen. Dat thuiszitten, is soms net als een verblijf in een isoleercel. In zo'n dorp kun je niet even snel de deur uit en dat je dan middenin de tamtam zit. Integendeel, buiten is het haast nog saaier dan binnen en de mensen in zo'n dorp zeggen soms nog minder dan de muren en hebben nog minder uitstraling dan de nagel op je duim.

 

Wel lekker dat het een dagje regent en koel is. Na die lange, benauwde weken, is dit een welkome afwisseling. Ik hou ervan als de dagen korter zijn. 's Avonds romantisch de kaarsjes aan, lekker knus vroeg donker. Verwarming aan.

 

En 'Boer Zoekt Vrouw' begint weer. Daar verheug ik me iedere keer weer op. En ook al is die Yvon Jaspers een muts, ze is wel een muts die lekker warm is...

 

Het touwtrekken gaat door. Daarnet trokken het optimisme en de strijdlust even aan het langste eind, maar nu wint de bezorgdheid aan kracht. ben er bijvoorbeeld moe van om ieder dubbeltje om te moeten draaien en constant te moeten rekenen. Maar ja, zolang je nog dubbeltjes hebt, ben je niet helemaal niet-gezegend. Er zijn ook mensen die niet eens een chocolade munt hebben of kunnen kopen...

 

Moe word ik ook van het constante zenuwgemier (kriebel) aan de linkerkant van mijn gezicht (linker gedeelte onderlip, wang) en aan mijn linker-rij tanden. Komt het van de tanden? Van de oren? Van allebei? Is er iets aan de hand? Zit er een wortelkanaalbehandeling aan te komen? Zijn het tekenen van een naderende beroerte? Is het een simpele verkoudheid met gevoeligheid aan de tanden?

 

Ik vrees altijd het ergste. Mijn jeugd maar ook mijn latere bestaan hebben me weinig vertrouwen gegeven in het leven, in het geluk, in voorspoed. Ik weet wel dat het meeste dat je vreest niet uitkomt, maar ik weet ook dat het de 10.000ste keer wel 'raak' kan zijn. Dat er altijd gevaar is. Net zoals toen ik kind was. Er was altijd gevaar (dat papa mama iets zou aandoen, dat ruzies zouden escaleren).

 

Mijn geluk en emotionele rust zijn altijd bedreigd geworden, en nog steeds.

 

Een ‘smooth’ leventje zit er voor mij niet in. Kan weleens jaloers zijn op mensen die 80 procent of meer meeval hebben. Die zonder al teveel zorgen en zonder al teveel en al te grote problemen 95 worden. Dan kun je zeggen dat je een fijn leven hebt gehad. Ik zou niet weten wat dat is, een fijn leven. Heb zelf immers een rotleven met heel veel fijne momenten. Je kan het ook omwisselen: een fijn leven met heel erg veel rotmomenten. Het komt op hetzelfde neer. De taart bestaat voor 70 procent uit vergif...

 

Zal ik dit vaker doen, deze dagboekstijl hanteren? Misschien is het wel goed voor me om het op deze manier te ventileren. Ik schrijf niet voor u of voor jou, maar puur voor mezelf. Alles om me beter te voelen dan ik me nu voel. Een uitweg te vinden. Mijn draai te vinden. Verlichting te vinden.

 

Het draait allemaal om het managen van de malaise. Om escalatie te voorkomen. Het draait allemaal om mezelf. Heb mijn handen vol aan mezelf. Om het hoofd boven water te houden. Sinds mijn 18de modder ik met mijn gezondheid en sindsdien ben ik veel egocentrischer geworden. Daarvoor was ik altijd veel dienstbaarder, wilde ik de wereld redden (wil ik eigenlijk nog) en was ik veel meer gericht op anderen. Ik hoefde niet naar mezelf om te kijken, ik leed wel maar was gezond, kon functioneren.

 

Dat is allemaal verleden tijd. Kan het me nauwelijks heugen. Ik leef al langer in ziekte dan dat ik gezond ben geweest. Het leven verandert je. Niet je karakter verandert, maar wel je houding, je instelling, je prioriteiten, je gedrag, je keuzes, je opstelling.

 

Als je denkt dat je me begrijpt, dan heb je het mis. Je begrijpt er geen ene moer van. En ik begrijp jou maar half. Al voelen we hetzelfde, we ervaren het allebei toch weer net even anders, waardoor de gelijkenis in de prullenbak belandt...

 

Eigenlijk wil ik niet dat (de) mensen weten en erover roddelen dat ik me klote voel. Ik wil uitblinken en anderen imponeren, excelleren, grapjes maken, schrijven hoe gelukkig, sterk en verlicht ik ben. Ik wil eigenlijk niet dat mensen door dit soort blogs weten dat het slecht met me gaat, dat ik vind dat het slecht gaat. Ik wil geen medelijden. Ik wil waardering, respect. Ik wil niet dat ze me onderschatten en dat ze vinden dat ik een watje ben en dat ik een depressieve man ben. Maar het schrijven, heb ik nodig om het te redden, zoals zangers moeten zingen om het leven aan te kunnen en zoals kunstenaars moeten beeldhouwen of schilderen om niet gek te worden. Ik kan iedereen aanraden om zonder zelfcensuur op te schrijven wat je voelt, denkt en ervaart. Het werkt heel zuiverend. Misschien is dat wel mijn belangrijkste boodschap voor de lezer: ventileer!

 

Als ik mijn grieven in de computer heb gezet, dan kan ik er daarna vaak weer een hele tijd tegen. Maar de zwaarden van Damocles keren altijd weer terug boven mijn hoofd.  Zoals een zwarte, bittere, verschrompelde walnoot voel ik me dikwijls. Het is niet anders. Dit is puur, open. Waarheid. Zonder versiersels.

 

Straks is er wel weer wat afleiding (de kinderen die thuiskomen) en dan voel ik de breinpijn weer wat minder. Misschien keer ik dan bij u terug met een clownsmasker op en met woorden gedrenkt in suikersap. Afgesproken?

 

Hoofdstuk 18.

 

Voordat ik mijn buurman beoordeel, wil ik een mijl wandelen in zijn mocassins (Cheyenne).

 

Toch geen woorden in suikersap. Eerder in azijn. Vandaag ben ik vervuld van zielenpijn. Ik weet niet waarom, ik denk dat het me gewoon allemaal teveel is, nu, even. Waarom je je de ene dag beter voelt dan de andere dag, weet niemand. Ik denk dat het mede te maken kan hebben met je bioritme (natuurlijk ritme van biologische cycli). Misschien spelen de invloed van planeten en sterren ook wel een voorname rol. Er zijn zoveel factoren die zouden kunnen meebepalen hoe je je voelt. De luchtdruk buiten, wat je hebt gegeten, hoe je partner zich voelt, je hormoonhuishouding en nog veel meer.

 

Vandaag dragen mijn hersenen een zwart gewaad. Veel mensen noemen dit depressiviteit, maar ik vind mezelf niet depressief, want ik kan meestal wel nog genieten, grapjes maken, met de kinderen stoeien en geluk ervaren. Ik vind mezelf eerder overbelast en gefrustreerd. Dat is weer iets anders dan depressief-zijn. Ik ben met pijn doordrenkt, maar het is niet zo dat mijn hoofd een zwart gat is waar echt helemaal geen lichtpuntje meer in verschijnt.

 

Dus wat hieronder staat, is vooral een uiting van wanhoop en van levenspijn op DIT moment…

 

Ik moet vluchten. Boek een vlucht op mijn naam, naar een paradijs! Ik heb een injectie van schoonheid en ontspanning nodig! Ik merk het aan mijn artikelen. Ze gaan allemaal over wat er allemaal scheef zit in de maatschappij en over de krankzinnige mensheid. Al die negatieve woorden die ik hoor en lees, worden me teveel: CRISIS-FILE-DOOD-GEVAAR-OORLOG-BEZUINIGEN-POLITIEK SPEL-ZIEKTE-VERHOGING BTW-TARIEF-HUISWERK- ROTSCHOOL-WERKLOOSHEID-BOETES-ALLOCHTONEN-IMMIGRANTEN-PVV-RUTTE-TELEGRAAF-STERREN SPRINGEN-BEROERTE-CREMATORIUM...

 

Ik moet weer weg. Naar Nowhereland. Naar een mooi gebied zonder internet, zonder kranten. Naar een land waar ik de taal niet versta, waar ik geen krant kan spellen en geen nieuwslezer kan begrijpen.

 

Vast zit ik in deze kooi. Er is geen uitweg. Het slot is zoek, allang omgesmolten. Waarom moet ik een kutleven leiden in een openluchtgesticht waar mensen de meest krankzinnige systemen bedenken en elkaar bevechten en beconcurreren?

 

Ik heb alweer teveel onheilspellende dingen gehoord via Het Journaal en via plaatselijk nieuws over mensen die zelfmoord hebben gepleegd, die doodziek zijn of die van school zijn getrapt. Weg moet ik. Op vakantie. Naar een mooi gebied. Het wordt tijd om te genieten, relaxatie te gaan tanken.

 

Iedereen lijkt het leven - de maatschappij - makkelijk aan te kunnen, maar ik vind het een bombardement van atoombommen in de hel. Iedere dag weer. Waar ben ik gedropt en aan wie ben ik uitgeleverd?

 

De tank is opnieuw leeg, de boog overgespannen. Mijn lusten nemen af, ik kan geen grapjes meer bedenken, ik lach steeds moeilijker en onechter en ik maak me alleen nog kwaad om de idioterie in de maatschappij en om het leven dat altijd weer een addertje onder het gras verwekt, niet alleen voor mij maar voor miljarden medemensen.

 

Het is weer zover: ik moet weg. Mooie dingen op mijn netvlies zien, leuke dingen doen. Kop in het zand en genieten.

 

Vroeger had ik vliegangst, maar tegenwoordig vind ik het een heerlijk gevoel als de wielen van het toestel van de grond gaan. WEG! VRIJ! VERLOST! LOS van de aarde!

 

Ik heb wel eens gezegd dat ik de rest van mijn leven in een kuuroord zou moeten kunnen doorbrengen. Geen stress. Geen negatieve prikkels. Alleen maar verwennerij, schoonheid, genot en rust… Misschien zou ik dan eindelijk eens kunnen herstellen?

 

Hoofdstuk 19.

 

De regen valt zowel op de rechtvaardigen als op de onrechtvaardigen (Hopi).

 

Het lijden heeft me niet alleen maar gekneveld. De strijd heeft wel degelijk hele mooie gevolgen, zoals de sterke groeiband tussen Sonny en mij. En zonder de pijn zou ik misschien niet zo indringend beseffen hoe speciaal het kleine genot en de gelukjes van en in het gewone, alledaagse leven zijn.

 

Je leert, als je het heel lang heel moeilijk hebt, onderscheiden wat belangrijk is in het leven en wat niet. Geld en materiële zaken vind ik ondergeschikt aan genegenheid, loyaliteit en trouw. Een goed mens zijn, vind ik belangrijker dan succesvol worden. Een goede vader en partner zijn, is voor mij gewichtiger dan goed kunnen schrijven.

 

Je leert jezelf in de goot heel goed kennen. De angsten hebben mij bijvoorbeeld bewust gemaakt van de enorme moed die ik heb, want het vergt heel veel lef om jezelf iedere dag met je angsten te confronteren. Menigeen met vliegangst mijdt het vliegtuig als de pest. Menigeen met een spinnenfobie rent gillend weg voor spinnen. Maar als je pleinvrees of straatvrees hebt, is het geen optie om ‘buiten’ te vermijden, tenzij je een gevangene van je eigen angst wilt zijn. En dus ga ik de confrontatie aan en oefen ik ook wekelijks de voor mij hele moeilijke dingen, zoals alleen rijden over de autoweg en alleen door het dorp of de stad wandelen.

 

In het dal maak je kennis met alle facetten van het leven. Heel snel wordt duidelijk wie een echte vriend is en wie niet, wie er voor je is en wie je laat vallen als een baksteen. Dat schept duidelijkheid.

 

Dat kan allemaal heel verrijkend zijn. Je wordt er wijzer door, en zoals u weet is wijsheid nog meer waard dan kennis. Wijsheid vind ik de vergrotende trap van kennis. Wijsheid gaat over de écht belangrijke dingen van het leven, zoals liefde, vergeving, acceptatie, intimiteit, rechtvaardigheid en moed. Vandaar dat ik zoveel waarde hecht aan de inzichten van bijvoorbeeld de indianen.

 

De citaten van de oorspronkelijke indianen uit Noord-Amerika aan het begin van al mijn hoofdstukken in dit boek slaan niet altijd direct op de tekstuele inhoud, maar ik gebruik de wijsheden zelf iedere dag bij wijze van krachtbron. Het lezen van de gevatte indianenteksten steunt me en inspireert me. Het kan dan evengoed een hele zware dag zijn of echt een kutdag worden, maar het lezen van de indianenhersenspinsels bezorgt me brandstof in de tank én in elk geval al één mooi moment per dag!

 

Lang leve het lijden, zou je haast schrijven, haha!  Immers, lijden brengt ontzettend veel aan het licht en bevat tal van lessen en boodschappen. Wie het zwaar te verduren heeft, moet bovendien alle talenten aanwenden om de strijd te kunnen leveren. Dat eist veel van je creativiteit en zo kan een tegenslag een  inhaalslag worden. Op een heel spitsvondige manier moet je leren een uitweg te vinden, of – zoals ik dat noem – een comfortabele houding te vinden waardoor je minder last hebt van de pijn, en het leed ook eens kan vergeten.

 

Dat ik dikwijls het gevoel heb op een lekgeslagen rubberbootje op wilde zee te vertoeven, staat als een paal boven water. Maar de strijd heeft me veel geleerd en aangetoond. Over hoe je een crisis te lijf moet gaan bijvoorbeeld, waardoor je niet zozeer korte metten maakt met het lijden, maar het lijden wel beter aan kan en je de pijn zelfs verzacht. Zo heb ik het inzicht gekregen dat het beter is om tijdens een crisis kalm te blijven dan je gigantisch te ergeren. Wie het hoofd koel houdt en de voeten warm, ziet eerder oplossingen. Als je je heel erg opwindt, bewaar je het overzicht niet meer en maak je vaak nog meer kapot dan dat er al kapot is.

 

Wat me heel duidelijk is geworden, is dat piekeren niets oplost. Je kan eindeloos in je hoofd oplossingen bedenken, maar vaak draai je met je gedachten alleen maar om een rotonde heen en neem je nooit een afslag. Het is veel vruchtbaarder om het malen achterwege te laten en iets leuks te gaan doen, een vriend te bellen, te lachen of te huilen of aan de slag te gaan.

 

Ik las eens ergens de spreuk: ‘Piekeren is de verkeerde kant op denken’. Dat vind ik een hele mooie. Piekeren is heel erg onvruchtbaar. Ik ben er blij mee dat ik erin ben geslaagd om mijn piekergehalte heel drastisch terug te schroeven. Sinds het mij lukt om minder te piekeren en te malen, heb ik beduidend meer energie dan daarvoor. Ik heb nog steeds te weinig energie, maar wel al veel meer dan pakweg tien jaar terug. En ik pieker gewoon veel minder waardoor de kwaliteit van leven omhoog is gegaan.

 

Gaandeweg heb ik veel bijgeleerd. Ik heb geleerd om niet boos te blijven, om me niet in negatieve emoties te wentelen. Ik zeg altijd: ‘boos worden is menselijk, maar boos blijven, is destructief’. Je moet negatieve emoties kunnen loslaten. Anders vreet de woede je op. Boosheid, standaard-boosheid zeg maar, is als vergif.

 

Heel belangrijk was voor mij de les, dat het geen zin heeft om te lang bij een vervelende gebeurtenis stil te staan. Jaren geleden, bleef ik na een paniekaanval heel erg lang erover nadubBen. Ik beet me vast in het instant-trauma en beklaagde me drie dagen na de aanval nog steeds over de hel die ik had moeten doorstaan. Tegenwoordig stap ik zo snel mogelijk over een paniekaanval of een andere vervelende gebeurtenis heen. Dan denk ik ‘gewoon’: ‘morgen beter’.

 

Het aantal echte, sterke paniekaanvallen heb ik mede dankzij deze tactiek weten te reduceren van een paar per dag tot nog maar een paar per jaar (er is wel nog constant dreigende paniek). Dat is toch een hele prestatie?!

 

Dat het geen zin heeft om eindeloos in je verleden en in jezelf te graven, zie ik sinds een paar jaar in. Er is een tijd geweest dat ik mezelf voortdurend analyseerde om tot inzichten en oplossingen te komen en er waren hele lange periodes dat ik mijn verleden keer op keer herkauwde om te achterhalen waar het mis was gegaan en wat ik ervan kon leren.

 

Het is nochtans veel effectiever om in het hier en nu de juiste beslissingen te nemen en de goede keuzes te maken, te ontspannen, te werken, leuke dingen te doen, gezond te eten, voldoende te slapen en aan jezelf te werken. Je leeft vandaag en alleen vandaag heb je controle over de tijd. Wat is geweest, is geweest en de toekomst moet nog komen. Vandaag is als was in je handen. Vandaag is kneedbaar. Deze methode is heel effectief en noem ik de NU-therapie. Ik ben van mening dat zelfs therapeuten teveel in de psyche en in het verleden van een cliënt zitten te peuteren, terwijl het veel raadzamer is om te checken hoe iemand zich NU, op dit moment, voelt en beter kan gaan voelen en hoe tegenwoordig iemands leefwijze is. Door vandaag je hart te luchten, door vandaag voor jezelf op te komen, door vandaag ritme, reinheid en regelmaat toe te passen, door vandaag te huilen, door vandaag ‘nee’ te zeggen tegen iets waar je echt geen zin in hebt en wat je niet per se hoeft te doen en door vandaag gezond te eten, leg je een goede basis voor morgen en reken je een heel klein beetje meer af met de rottigheid van gisteren. Kom vandaag tegemoet aan je behoeften. Zeg vandaag wat je op je lever hebt. Neem vandaag ontspanning. Breng vandaag geduld op. En doe dat morgen weer zo. Leef van moment tot moment.

 

Het leven is een dynamisch proces dat gepaard gaat met vallen en opstaan, maar iedere kleine vooruitgang is een vooruitgang die je kan en mag koesteren. Ik heb zelf gemerkt dat je niet van de ene op de andere dag de manier vindt om het aantal slechte momenten te beperken en de levenspijn te doen slinken, maar wanneer je steeds vaker goede momenten beleeft, dan weet je dat je op de goede weg zit, dat het gezwel kleiner wordt en de veerkracht groter.

 

Heel veel waarde hecht ik aan mijn sabbatmomenten. Dat zijn uren waarop ik de telefoon, radio, televisie en computer uit laat. In die prikkelarme omgeving kom ik meestal tot mijzelf. Tijdens die momenten vind ik het zalig om wat te lezen, te niksen, te wandelen of wat op mijn gitaar te tokkelen. Soms duurt zo’n sabbatmoment een half uur, soms een halve dag, en heel af en toe een hele dag. Telkens tijdens zo’n sabbat voel ik dat ik meer energie en inspiratie krijg.

 

Zonneklaar is voor mij geworden dat alles energie en natuur is (alles en iedereen is sowieso met elkaar verbonden en oefent invloed uit op elkaar, een holistisch proces) en dat alles dat bestaat onderhevig is aan de natuurwetten en natuurkrachten. Wij mensen zijn natuur en dus ook een onderdeel van de natuur.

Ook bij het mens-zijn draait alles om energie en dan met name om energieopwekking, energie-uitwisseling, energiebehoud en energiebeheer. Energie wekken we op door bijvoorbeeld positieve stress, inspiratie, motivatie, passie, ideeën en door leuke dingen te doen en ergens voor te gaan. Energie wisselen we uit door te communiceren, te seksen, samen te werken, elkaar te beïnvloeden en te helpen en te inspireren. Bij het energiebehoud draait het erom dat we onze grenzen bewaken. Dat we niet te weinig doen, maar ook niet teveel. Dat we ons niet laten leegslurpen door anderen. Energie behouden we onder andere door voldoende te slapen, gezond te eten en voldoende te ontspannen en te rusten. Het energiebeheer is het overkoepelende controlerende ‘orgaan’ in ons dat erop toeziet dat we onze energie goed spenderen, verdelen en doseren.

 

Ieder mens bouwt iedere dag, z’n hele leven lang, spanning op. Je hebt positieve en negatieve spanning en die toren met negatieve stress moet niet te hoog worden. Die toren met negatieve stress kun je lager maken of laag houden door voldoende en op tijd te relaxen en te rusten, door leuke dingen te doen, door voor jezelf op te komen, door naar een leukere omgeving te verhuizen en door afscheid te nemen van mensen die energie vreten en die jou niet begrijpen of niet serieus nemen. Ik noem maar een paar dwarsstraten. Er is natuurlijk nog veel meer.

 

Wij mensen bouwen iedere dag tevens seksuele spanning op, zeker in deze geseksualiseerde samenleving waarin het wemelt van de sexy reclames, van de porno op internet en van de vrouwen die ‘spannend’ zijn gekleed. Maar ook zonder deze prikkels zouden we iedere dag seksuele spanning opbouwen door onze seksdrift en door het ontmoeten van mensen die we aantrekkelijk vinden en van wie we geil of nog geiler worden. Het spreekt voor zich dat er op tijd en op een positieve wijze een ontlading van die seksuele energie moet plaatsvinden.

 

De mens is een wonderlijk wezen dat net als alle andere levende wezens in staat zich aan te passen aan gevaren en bedreigingen en aan nieuwe en veranderende omstandigheden en dat tijdens een crisis pas echt wakker wordt en verbetering gaat aanbrengen. De mens evolueert op emotioneel en geestelijk niveau eigenlijk voortdurend. Ik denk dat de mens zich in praktische zin zal ontpoppen tot ruimtewezen. Wij worden, vermoed ik, de sciencefiction-wezens die we in spannende films ‘imiteren’.

 

Dit zijn allemaal dingen die me in de loop der jaren aan het verstand zijn gebracht door de strijd en door de strijdlust. Die strijdlust is heel belangrijk, want zonder strijdlust is er geen motivatie om de strijd aan te gaan en je situatie te verbeteren.

 

Deze wijsheden zouden nutteloos zijn als ik ze niet dagelijks in de praktijk zou proberen te brengen. Anders blijven het tegeltjesteksten die niet van de wand af kwamen. De ene dag lukt het wat beter om deze theoretische wijsheiden toe te passen dan de andere dag. Hoe het komt dat het de ene dag beter lukt dan de andere dag? Daar spelen nieuwe gebeurtenissen en ontwikkelingen een voorname rol bij, maar ook factoren als het weer, de sfeer in huis en op het werk, de gemoedstoestand, politieke besluiten, nieuwe uitvindingen en het gedrag van de gezinsleden. Soms zit het mee en soms zit het tegen. Soms zit het een beetje mee en een beetje tegen, soms lijkt alles mee te zitten of alles tegen te zitten.

 

Ik weet dat ik in dit boek vooral uiting geef aan mijn frustratie op momenten dat ik het even niet meer zie of zag zitten, maar bedenk dan altijd dat ik ooit veel verder van huis ben geweest dan tegenwoordig en dat ik door een onverzettelijk doorzettingsvermogen en dankzij de ongelofelijke toewijding van Sonny van ontzettend ver ben gekomen en er ondanks gekmakende beperkingen en bezwerende angsten het beste van probeer te maken. Nogmaals herhaal ik dat juist het taboeloos luchten van mijn hart, bijvoorbeeld in mijn blogs, van eminent belang is. Het is immers zaak om je naast je ontspanning en rust af te kunnen reageren. Soms zie ik het computerscherm als een boksbal waar ik me lekker op uitleef. Vroeger had ik de sport als uitlaatklep, maar nu ik niet meer intensief kan sporten, is het schrijven een uitstekende surrogaat-uitlaatklep gebleken. Dat ik zonder zelfcensuur schrijf, is een ‘bewussie’. Ik vind namelijk dat alles dat bestaat, benoemd, besproken en beschreven moet kunnen worden!

 

Uitgevers zouden zit een prima laatste hoofdstuk vinden. Een happy end vol met wijsheid en troost. Zo wil de consument het hebben! Eind goed, al goed. Echter, de praktijk is anders voor mij en ik wil in dit heel persoonlijke verslag een realistisch beeld schetsen van mijn strijd, geen te roze en geen te zwart beeld.

 

ik heb er dan ook bewust voor gekozen dit positieve hoofdstuk midden in het boek te plaatsen, omdat ondanks al deze inzichten en lessen mijn strijd gewoon hetzelfde blijft en door gaat. Het gaat beter met mij dan drie of vier jaar geleden, maar sommige frustraties blijven even groot en sommige beperkingen blijven even hardnekkig en me ontzettend veel pijn bezorgen, ook al heb ik van alles verzonnen om wat ik niet meer kan te vervangen door dingen die ik wél nog kan.

 

Ik hoop dat de lezer mijn eerlijkheid en realiteitszin kan appreciëren en op de juiste waarde weet te schatten.