Achterdetraliesvandeangst.jouwweb.nl
Home » DEEL 6

DEEL 6

 

Hoofdstuk 27.

 

Het is gemakkelijk om van een afstand dapper te zijn (Omaha).

 

Ik zal zelf mijn angsten moeten leren bezweren, maar ik zou best wel weer een behandeling willen krijgen van de Coloradotovenaar, ergens in de jungle van Ecuador. In 2006 maakten Sonny en ik een groepsrondreis door dit veelzijdige en betoverende Zuid-Amerikaanse land en op een dag maakten we tijdens deze trip kennis met een halfnaakte Indiaanse medicijnman met een grappig, roodgeverfd kapsel. Hij heeft ervoor gezorgd dat ik een paar jaar lang minder bang en paniekerig ben geweest. Vraag me niet hoe, maar ik geloof heilig dat hij me heeft geholpen.

 

Toen de reisleider vroeg wie van de toeristen door de helderziende Coloradotovenaar wilde worden behandeld, stak ik impulsief en enthousiast mijn hand op. Niet alleen was ik nog altijd nieuwsgierig naar het paranormale, maar ik greep vooral alles aan om te genezen. Zo heb ik ooit het bekende medium Jomanda een brief geschreven waarin ik haar om hulp smeekte. Zij stuurde een door haar ingestraald kaartje dat ik in mijn schoen moest doen en moest dragen en ze adviseerde me naar een bedevaartkapelletje in Valkenburg te gaan waar zij op de een of andere manier aan verbonden was (heb ik me nooit verder in verdiept). Dat heb ik trouwens nooit gedaan. Het kwam er niet van en van het ingestraalde kaartje heb ik nooit enige werking bespeurd. Maar mijn oma, die 93 jaar is geworden, is ooit door Jomanda behandeld en had sindsdien geen last meer van koude voeten.

 

Enfin, de Coloradotovenaar zat gehurkt bij het kampvuur op zijn krokodillenfarm, nam een slonk van zijn sterke drank en spuwde het goedje uit in het vuur. Hij verkeerde in opperste concentratie, was in trance en zocht op deze wijze contact met overleden geesten die hem iets over mij zouden kunnen vertellen. De medicijnman zei al snel dat ik veel van mooie vrouwen hield en dat ik met mooie vrouwen samenwerkte. Dat klopte, want ik had bij Spot - waar ik toen nog werkte - hele aantrekkelijke vrouwelijke collega’s en zo nu en dan interviewde ik hele mooie actrices en zangeressen.

 

Maar deze informatie van de tovenaar vond ik niet zo spectaculair. Echter, nadat hij nog een slok van zijn sterke drank had genomen en de alcohol andermaal in het vuur had gespuugd, zei hij ineens, in het Spaans: “We zullen proberen om hem wat minder angstig te maken.” De heler keek me nooit aan (hij staarde alleen maar in het vuur), leek nog meer in trance te geraken en klaar was hij met deze ’behandeling’. Of het nou een placebo-effect was of niet (ik geloof dus van niet), ik ben sinds deze ‘healing’ gedurende twee jaar minder bang geweest en had meer moed om mezelf aan angstaanjagende situaties bloot te stellen. Helaas leek de magie na een paar jaar te zijn uitgewerkt.

 

Deze ervaring is me altijd bijgebleven en ik heb vaker gewenst dat ik even naar de Coloradotovenaar kon gaan om weer een reading van hem te krijgen en door hem een paar jaar bevrijd te worden van het topje van de angstijsberg.

 

Trouwens, een minstens zo onvergetelijke ervaring op het gebied van helderziendheid hadden Sonny en ik tijdens een vakantie in de Turkse badplaats Alanya. We neusden wat rond in een winkel waar ze leren tassen verkochten toen een pokdalige jonge verkoper ons aansprak. Hij vroeg ons waarnaar we op zoek waren. We antwoordden in het Engels terug dat we gewoon even wilden rondkijken, waarna hij ons spontaan uitnodigde om een kopje thee met hem te drinken midden in de zaak. We dachten dat hij ons wou paaien, alhoewel je in die tijd in bijna alle Turkse winkels wat te drinken aangeboden kreeg. Nergens ter wereld heb ik zulke lieve, gastvrije mensen ontmoet als in Turkije. Het land en de mensen hebben mijn hart gestolen.

 

We ‘durfden’ zijn gulle aanbod niet af te slaan. Tot onze verbazing zei de jongeman dat die leren tassen hem eigenlijk helemaal niks interesseerde. Hij vertelde ons met betraande ogen dat hij triest was, omdat de bananenboom voor zijn winkel werd gekapt. Vanaf dat moment vond ik hem veel sympathieker, want de sentimentele wijze waarop hij rouwde om zijn geliefde boom, vond ik aandoenlijk en herkenbaar. Dat zou ook iets voor mij zijn om melodramatisch over te doen.

 

Voorts vroeg de jongen of hij onze hand mocht lezen. Sonny is heel nuchter en gelooft helemaal niet in dit soort zaken, maar ze liet het toch toe. De sympathieke Turk keek tegelijkertijd in Sonny’s hand en op mijn palm en concludeerde: “Jullie zijn veel te goed voor deze wereld. Maar jullie krijgen twee kinderen, een jongen en een meisje. Ze hebben hele mooie ogen.” Toeval of niet, onze dochter wordt door mijn schoonvader ‘goudoogje’ genoemd en onze zoon krijgt regelmatig complimenten vanwege zijn mooie wolvenogen.

 

Het liefst zou ik mensen als de Turkse handlezer en de Coloradotovenaar maandelijks consulteren. Ze hebben wat mij betreft bewezen dat ze wat kunnen, net als de eerste paranormale genezer uit Rurdam die me destijds van mijn duizeligheid af hielp. Ik heb hem de afgelopen jaren toch weer meerdere malen bezocht (ondanks het feit dat hij me toen zo bruut op straat had gezet en aan mijn lot had overgelaten), maar deze voormalige fysiotherapeut heeft mijn angsten en vermoeidheid niet kunnen wegtoveren zoals toenmaals mijn duizeligheid. Wel heeft hij mij nog een paar keer verlost van knieklachten en van een steeds terugkerende blaasontsteking. Er is meer tussen hemel en aarde. Wat het is, weet ik niet, maar het is er wel.

 

 

Evengoed sta ik er alleen voor. Blijkbaar is er niemand die mij kan verlossen en is er ook geen middel waar ik baat bij heb. Medicijnen en homeopathische middelen tegen de angst en paniek hebben geen positief effect op mij.

 

Heel belangrijk voor mij is, dat ik steeds meer de situatie waarin ik verkeer en de beperkingen die ik heb accepteer. Ergernis maakt alles erger. Er zit echter nog zoveel woede in mij. Frustratie. Gevoelens van onrechtvaardigheid. Ik vind dat mijn gezin en ik deze shit niet verdienen. We zijn toch geen slechte mensen? Ja, heel soms vraag ik me wel eens af of ik niet gestraft word voor het feit dat ik als tiener kleinere kinderen wijs maakte dat ik over magische krachten beschikte, spoken kon oproepen en ijzeren sloten fijn kon knijpen met mijn handen. Ik wilde kennelijk indruk maken op mensen en koos onschuldige, bange, kleine kinderen daarvoor uit. In ieder mens zit een percentage duivel en een percentage engel. De percentages verschillen van persoon tot persoon.

 

Een van de vele paranormale mediums die ik heb geraadpleegd, wist te vertellen dat ik in een vorig leven een magiër was die mensen oplichtte. Echter, een andere helderziende zag dat ik in een vorig leven op straat was doodgestoken met een mes en volgens haar was dat de verklaring voor mijn pleinvrees. Eerlijk gezegd, hecht ik aan die hocus pocus geen geloof meer. Al die mediums zeggen wat anders. Wie kun je nog geloven? En is het wel relevant wat ze zeggen?

 

Die woede in me vind ik enerzijds begrijpelijk, maar anderzijds weet ik dat het vergif is. Ik zal er afscheid van moeten leren nemen. Madonna heeft een heel mooie song dat heet: 'There is no greater power than the power of goodbye'. Het klopt als een bus dat afscheid nemen van iets dat of iemand die je ongelukkig maakt, een bevrijding kan zijn, en opluchting verschaft.

 

Soms moet je breken met een slechte gewoonte, met een bedrijf (waarvoor of waarmee je werkt) of met een partner. Als je die stap durft te zetten en als je voor jezelf, dus voor je geluk, durft te kiezen en durft te gaan, dan maakt dat ongekende krachten, energie, mogelijkheden en blijdschap in je vrij. Er komt ruimte in jezelf en de weg is open voor nieuwe kansen.

Als je met iets of iemand breekt en de ellende achter je kan laten, dan word je tien kilo lichter. De onnodige zware ballast werp je van je af. Ook mensen kunnen lastpakken zijn.

 

Soms is het niet gemakkelijk om met iets of iemand te breken. Maar bij iedere keuze maak je een afweging van de voors en de tegens en bekijk je en voel je aan wat zwaarder weegt.

 

In mijn conflict met de in mijn optiek onbegripvolle, wantrouwende en harteloze uitkeringsinstantie heb ik uiteindelijk gekozen voor mijn gezondheid en voor mijn innerlijke rust in plaats van voor het vechten voor mijn recht op een uitkering. Ik heb medewerkers van de instantie gisteren en vandaag verzoenende afscheidsbrieven geschreven, waarin ik nog eens op een rijtje heb gezet wat ze me hebben aangedaan, maar waarin ik tevens heb geschreven over vergeving en begrip mijnerzijds en over fouten die ikzelf heb gemaakt tijdens de 'soap'.

 

Uiteindelijk was het een leerzame ervaring.

 

Ik heb gebroken met de instantie maar ook met de woede over het onrecht, over de schandalige beledigingen en inschattingsfouten door de verzekeringsarts, werkcoach en vestigingsmanager, alsook over hun gebrek aan inzicht, empathie en begrip. Het voelt zo lekker om woede los te laten en te vergeven!

 

Er gaat een nieuwe wereld voor me open. Ik sta anders in het leven. En dat kan alleen maar een positieve uitwerking hebben op mij en mijn gezin. We hebben door de inschattingsfout van de instantie minder geld (ik vind dat ik recht heb op een arbeidsongeschiktheidsuitkering), maar je kan niet winnen van dergelijke machtige organisaties.

 

Het voelt - ondanks het enorme onrecht - heerlijk om de uitkeringssoap te kunnen afronden en te hebben gebroken met al die negatieve energie en machteloosheid.

 

Ik merk dat daardoor een groot deel van mijn cynisme verdwijnt. Cynisme komt vaak voort uit levenspijn en frustratie, uit afgunst en uit innerlijke woede. Het is helemaal niet fijn om cynisch te zijn. Het is veel fijner om mild over mensen te oordelen, om iedereen het beste te gunnen en om zacht van binnen te zijn…

 

Hoofdstuk 28.

 

Naar een leugen luisteren, is als warm water drinken (indianengezegde).

 

Ik heb gemerkt dat je niet ongestraft roofbouw kan plegen op jezelf en dat je niet zonder kwalijke gevolgen de verkeerde weg kan blijven bewandelen. Net zoals te vet eten en roken schadelijk zijn voor je gezondheid, zijn ook het blootstaan aan teveel negatieve stress, het maken van verkeerde keuzes en destructief gedrag ziekteverwekkers. Door het heft in eigen handen te nemen en tevens op emotioneel en psychisch niveau gezonder te gaan leven, kun je veel spanningen wegnemen en voorkomen. Ja, hier schrijft de Levenscoach weer!

 

Problemen kunnen dus een mooie en grote uitdaging zijn om jezelf, je relatie(s) en situaties te verbeteren, maar dan moet je de problemen wel recht in het gezicht durven aankijken én willen aanpakken. Daarbij komt het voornamelijk aan op communicatie met anderen maar ook communicatie met jezelf, in alle eerlijkheid. Dat laatste is het belangrijkste: in alle eerlijkheid. Dan dien je jezelf kwetsbaar op te stellen, dan dien je je trots te laten varen. In de spiegel durven kijken en de hand in eigen boezem steken, zijn essentieel als je jezelf en je omstandigheden wilt verbeteren. Alleen maar de schuld bij een ander of bij iets anders zoeken, is het te gemakkelijk en vruchteloos.

 

Altijd jezelf vrijpleiten van schuld, dat werkt nooit. Je moet het goede voorbeeld geven door je eigen fouten in te zien en toe te geven en door ze aan te pakken. Dan nodig je de ander uit om hetzelfde te doen.

 

Wegvluchten van problemen of het te vroeg opgeven, heeft geen enkele zin, want vroeg of laat parkeren dezelfde problemen weer bij je op de stoep en/of komt het oude probleem bij je terug. Je kan dientengevolge een mooie kans op verbetering missen! Bovendien kom je nooit vooruit als je wegrent voor problemen en als je je toevlucht zoekt in compensatieplezier zoals eindeloos shoppen, drinken, uitgaan en seksen.

 

Communicatie is dus het sleutelwoord bij het aanpakken van (relatie)problemen. Als je problemen echt te lijf wilt gaan en wilt uitroeien, dan zal je tot de kern moeten gaan van het probleem en de wortel van het probleem moeten lokaliseren en moeten weghalen middels eerlijke communicatie.

 

Vaak staan relaties onder druk door persoonlijke problemen, stress en beperkingen. Als beide partners onafhankelijk van elkaar grote zorgen hebben, dan weegt dit automatisch heel erg zwaar op de relatie. Problemen, ook tussen twee mensen of in een groep, ontstaan vaak doordat mensen persoonlijke problemen hebben die vaak diepgeworteld of juist heel acuut zijn. Mensen hebben de neiging om zich op de ander af te reageren. Wie onder druk staat of zich te zwaar belast voelt, is automatisch een minder prettig mens. Je straalt dan geen ontspannenheid en blijdschap uit, maar gefrustreerdheid en gespannenheid. Anderen pikken dat verbaal en non-verbaal op.

 

Mensen reageren meestal negatief op spanningen bij en van anderen. Trouwens, wie gespannen is, merkt dat dan alles tegen lijkt te zitten, alsof onheil nog meer onheil aantrekt. Neem voetballers die privéproblemen hebben. Die raken volgens mij eerder geblesseerd! Als je gespannen bent, ben je kwetsbaarder en blessuregevoeliger. Dat geldt tevens voor gewone burgermensen en voor psychische en emotionele blessuregevoeligheid.

 

Wie een positieve wending wil geven aan zijn of haar leven, moet een aantal keuzes maken in zijn/haar voordeel, het probleem aanpakken en vooral voldoende en op tijd Ontspannen. Iedere verbetering begint bij ontspanning. Ontspanning komt niet vanzelf op je pad, daar moet je zelf iets voor doen. Je zult je moeten oppakken en initiatief moeten ontplooien. Je zult dienen te zoeken naar mogelijke ontspanningsbronnen en - vormen.

 

Het oplossen van problemen vergt bijna altijd tijd en verloopt meestal in fases. Soms heb je een heel leven nodig om (samen) hardnekkige, diep gelaagde en breed uitgewaaierde trammelant weg te werken.

 

Als het om moeilijkheden tussen mensen gaat, dan vraagt dat van de individuen de wil om bij zichzelf te raden te gaan en zich in te leven in de ander. Het mes snijdt altijd aan twee kanten, dus die bereidheid moet er zijn van beide zijden. Dikwijls is een verhelderend, inzichtelijk en dus opbouwend gesprek al heel ontspannend waardoor mensen beter met het probleem kunnen omgaan, meer begrip krijgen voor elkaar en tot betere afspraken kunnen komen.

 

Echter, mensen moeten gemotiveerd en bereid zijn om de problemen op te lossen en daar zelf een grote steen aan bijdragen, bijvoorbeeld door eerlijk, duidelijk, respectvol, kalm en constructief te communiceren, voor kritiek open te staan en door de hand in eigen boezem te steken.

 

Mensen die niet openstaan voor hulp, hoef je geen hulp op te dringen, want ze zijn niet gemotiveerd. Ongevraagd hulp bieden, wordt dikwijls ervaren als betutteling. Mensen die om hulp vragen en die willen leren, zijn WEL gemotiveerd en bereid om te leren en te verbeteren.

 

Praten en luisteren, zijn essentieel. Wie niet (open en eerlijk) communiceert, blokkeert de oplossing, de verbetering, de openheid, het begrip. Zonder directe verbale communicatie blaas je een relatie of verstandhouding altijd op.

 

Ook voor mij valt er nog heel veel winst te behalen. Te snel voel ik me aangevallen als een ander kritiek op me heeft. Impulsief reageer ik dan afwijzend. Later valt meestal pas het kwartje en zie ik in - als tot me doordringt dat die persoon gelijk had - dat ik open moet staan voor de kritiek en er wat mee moet doen.

 

Wat ik in tegenstelling tot het verleden goed doe, is dat ik problemen tegenwoordig snel uitpraat en niet laat aanmodderen. Vroeger kropte ik alles op. Ik was een binnenvetter. Als iets me niet beviel, dan bleef ik mokken en durfde ik de ander niet te confronteren met mijn gekwetstheid.  Door voortdurend boos te kijken en niet te praten, gaf ik signalen van onvrede af. Tegenwoordig zeg ik gewoon wat ik op mijn lever heb. Ik probeer dan niet de ander te beschuldigen maar hem of haar duidelijk te maken wat me gekwetst heeft. Helaas lukt het me nochtans te vaak niet om rustig te blijven als ik echt heel erg boos en gekwetst ben. Dan slaan nog te vaak alle stoppen door en word ik impulsief, verbaal agressief en gemeen. Ik probeer dit te verbeteren, maar ik neem het mezelf niet kwalijk. Ook ik ben maar een mens en iedereen heeft tekortkomingen en maakt fouten. Streven naar geestelijke perfectie is op zich prima, als je maar weet dat niets en niemand ideaal en volmaakt kan worden.

 

Het is beter om jezelf te beheersen en op normale toon je grieven te uiten. Heel erg boos worden, maakt veel kapot. Dat moet je dan later allemaal weer lijmen. Extreme kwaadheid maakt alles nog erger dan het al was. Rustig communiceren, is dus gewenst. Echter, als de ander geen zin heeft of het niet kan opbrengen om meteen de problemen uit te praten, dan kun je hem of haar beter even met rust laten. Blijkbaar is voor hem of haar het moment niet rijp om de moeilijkheden te bespreken. Op een later moment staat de persoon er wellicht meer voor open, of misschien neemt hij/zij later zelf het initiatief om de frictie te bepraten.

 

De neiging om de hele wereld de schuld te geven van mijn ellende, is minder geworden, maar steekt toch ook nog te vaak de kop op. Misschien ben ik wel schuldloos aan het ontstaan en aan de ontwikkeling van mijn problematiek, maar ik kan vandaag, in het hier en nu, veel doen om zo goed mogelijk met mijn toestand om te gaan. Boos zijn op de daders is wel even nodig, maar na verloop van tijd sloopt die woede niet de ander maar jezelf. Beter is het om de riemen op te pakken die je hebt en er een zo leuk mogelijk roeitochtje van te maken.

 

Toegegeven, soms lukt dat totaal niet. Dan is de pijn te sterk en dan zit het voor je gevoel te erg tegen. Op zulke momenten zeg ik tegen mezelf: ‘laat het maar zoals het is, dit rotgevoel gaat ook wel weer voorbij, want alles gaat voorbij of neemt af in intensiteit. Morgen gaat het misschien weer vanzelf wat beter’. Door dit zo tegen mezelf te zeggen, leg ik – merk ik – een goede basis voor verbetering, dezelfde dag nog, de volgende dag of over een week.

 

Hoofdstuk 29.

 

De kikker drinkt niet van de poel waarin hij leeft (Sioux).

 

Angst of vrees is overduidelijk mijn aangeboren achilleshiel. Het is daarom eigenlijk heel logisch dat ik met mijn bange en gevoelige karakter, tijdens een zeer stressvolle jeugd, een paniek- en angststoornis heb ontwikkeld (die zich pas later begon te manifesteren).

 

Mijn hele leven lang heb ik hoogtevrees gehad. Als we tijdens de gymles op school in de touwen of tegen het wandrek naar boven moesten klimmen, stierf ik duizend doden. Op de Middelbare School dwong de gymleraar mij om helemaal tot de top van het wandrek te klimmen. Ik durfde niet. Hij klom daarom achter me aan, zodat ik een veiliger gevoel zou hebben, in de wetenschap dat hij me zou tegenhouden als ik zou vallen. Ik voelde me alleen maar bescheten. Net een klein kind dat beschermd moest worden. Voor mijn gevoel leed ik gezichtsverlies bij mijn klasgenoten die beneden stonden te lachen, vol leedvermaak.

 

De angst voor honden heeft er eveneens altijd in gezeten. Achter die angst voor honden zit de angst om gebeten te worden en om pijn te lijden. Het is dus eigenlijk angst voor pijn.

 

Mensen met honden meed ik als de pest. Mijn vriendje Peter had een heel gemene herdershond die volgens de geruchten een klein hondje had dood gebeten en die menige postbode in de kuiten had gehapt. Geen haar op mijn hoofd die eraan dacht om naar Peter toe te gaan, om bij hem thuis af te spreken. Echter, op een dag drong Peter zo hardnekkig aan… Ik moest en zou bij hem op bezoek komen en kennismaken met zijn hond, want het was volgens hem een heel erg lief beestje. Met lood in mijn schoenen liep ik na schooltijd met Peter mee naar zijn huis. Het liefst had ik me onderweg uit de voeten gemaakt en was ik naar huis gerend. Maar mijn lichaam bleef braaf naast Peter lopen. Veel te snel naar mijn smaak stonden we in de smalle, muf ruikende gang van zijn ouderlijke drive-in woning. Peter zei tegen me: ‘De hond zit in de garage. Ik ga naar binnen en stel hem op zijn gemak. En dan kom ik door de binnendeur naar de gang en kun je hem aaien’.

 

In mijn broek van angst scheet ik. Inwendig riep ik God te hulp. De hond ging in de garage vreselijk tekeer. Ik hoorde hoe Peter het beest probeerde te sussen. Mijn geest rende door de voordeur naar buiten, maar mijn lichaam bleef netjes in de gang staan trillen als een rietje. De angst kidnapte me. Opeens vloog de tussendeur open die de hal met de garage verbond en sprong de herdershond wild en blaffend op me. Het dier was verschrikkelijk agressief. Ik begon te schreeuwen en te huilen en vluchtte door de voordeur naar buiten. Ik heb gerend voor mijn leven totdat ik veilig thuis was. Nooit meer heb ik een voet over de drempel van Peters ouderlijke huis gezet. We hebben het er trouwens nooit meer over gehad. Volgens mij baalde Peter dat zijn hond me zo agressief had besprongen en schaamde hij zich dat hij mij dit had ‘aangedaan’.

 

Toen Peter en ik een jaar later werden betrapt tijdens een winkeldiefstal in de HEMA (we jatten schriftjes, snoep en pennen), was hij degene die begon te huilen en die de manager smeekte niet de politie te bellen (de manager had compassie met ons en lichtte de politie niet in).

 

Onze achterburen - onze huizen werden gescheiden door een heel smal, geasfalteerd paadje - hadden een grote Sint Bernhard-hond die onophoudelijk blafte van achter de houten schutting. Als de held op sokken die ik was en ben, schiep ik er een groot genoegen in om de hond te pesten door keihard op de poort te bonken, zodat het beest nog harder ging blaffen. Ik dacht: ‘hij kan me lekker toch niet pakken’. Echter, op een morgen dat ik de hond andermaal aan het uitdagen was, kreeg ik opeens een volle emmer lauw water met zeepsop over me heen. De eigenaresse van het dier, de achterbuurvrouw, leerde me op die wijze een lesje. Volgens mij had ze de emmer al klaargezet om onmiddellijk in te kunnen grijpen. 

 

Ik heb het dier nooit meer gepest, maar ik vond het wel heel jammer dat ik niet meer kon of durfde uitdagen en treiteren. Zo was ik dan ook wel weer!

 

Zwemmen in diep water, ook zo’n kwelling voor me. Ik was veel te bang te verdrinken. In het water verkrampte ik dusdanig dat ik100 kilozwaarder werd en niet bleef drijven. De zwemlessen op de lagere school waren dan ook een ware martelgang voor me. Telkens als we naar het zwembad moesten, vroeg ik me af waarom het leven zo gemeen moest zijn.

 

Op een middag vond de zwemonderwijzer dat ik als enige van de hele klas lang genoeg in het pierenbadje had liggen spartelen. Hij dirigeerde mij naar ‘Het Diepe’. De dikke, kale man pakte de haak om drenkelingen mee uit het water te vissen, maar onderwijl rende ik in mijn zwembroekje weg, naar buiten. In een struikgewas heb ik me verstopt totdat de zwemles voorbij was. Mijn schoolonderwijzer nam het gelukkig voor me op en ik heb nooit een teen in ‘Het Diepe’ hoeven steken.

 

De tandarts. De volgende angst (voor pijn). Wanneer het witte tandartsbusje bij school arriveerde en we mee moesten naar de ‘boorbeul’, begon ik te klappertanden dat het een aard had. Tot overmaat van ramp moest ik altijd heel lang op mijn beurt wachten in de ongezellige wachtkamer van de onsmakelijke zeventiger jaren-tandartspraktijk. Vanuit die wachtruimte - een martelkamer op zich - zag ik de andere kinderen in de stoel liggen met hun mond wagenwijd open, terwijl de tandarts en zijn assistente vrolijk aan het keuvelen waren. In hun kantine zag ik vlaai staan. Ik haatte de tandarts en zijn assistente: ons knevelen en zelf heerlijke vlaai verorberen! Klootzak. Trut.

 

De eerste keer bij de schooltandarts raakte ik volledig in paniek toen ik aan de beurt was. Ik gilde dat ik niet wilde. De tandarts was van Chinese afkomst, ik spartelde en ik schreeuwde: “Ik wil niet bij die Chinees.” Kennelijk vond ik hem er heel erg gemeen uitzien, terwijl ik vanwege mijn kleine ogen door sommige kinderen zelf werd uitgescholden voor ‘spleetoog’.

 

Het schoolreisje naar een pretpark was eveneens en crime voor me. Ik was niet alleen bang dat de trein – ons vervoermiddel – zou ontsporen, maar ik wist dat ik er maar als een lulletje lampenkap bij zo lopen in dat pretpark, omdat ik niet in achtbanen durfde en durf. Pretpark? Stresspark! De hele dag heb ik in mijn eentje door dat park geslenterd, met mijn ziel onder de arm. Het enige leuke moment was toen ik een keramische poesje kocht voor mijn moeder. Het rode souvenir heeft ze nog steeds, als aandenken aan mijn kinderliefde voor haar.

 

Nog altijd vind ik alles wat snel gaat, doodeng. Mijn oom Pierre dacht me een plezier te doen door me mee te nemen op zijn motor en ik durfde niet te weigeren, maar ik gilde al na honderd meter dat ik wilde stoppen. Een paar keer ben ik in een pretpark in tamelijk rustige achtbanen geweest, maar ik kwam er hartstikke duizelig uit. Als volwassen vent, als papa zijnde nota bene, heb ik een keer keihard om mijn moeder geschreeuwd, omdat ik niet goed werd in de reuzendraaimolen. De paar keer dat ik paard heb gereden, tijdens vakanties, werd ik ontvoerd door hoogtevrees. Ik kon er amper van genieten.

 

Ben ik bang aangelegd of niet? Net zo sterk als mijn vrees voor honden, pijn, ongelukken, hoogte, diep water en medische operaties is mijn sociale angst oftewel de angst voor mensen die ik niet vertrouw, niet mag of die ik gewoon te druk vind. Als jonge jongen durfde ik nooit naar mijn buurjongen en vriend Marcel te gaan, omdat ik bang was dat zijn extraverte en spontane vader mij zou aanspreken en grapjes over me zou maken. Het was een hartstikke aardige man, maar ik meed hem alsof hij mijn beul was. Gelukkig kwam Marcel steevast uit zichzelf naar mij toe. Vaak zat ik thuis te wachten totdat hij me zou komen halen om te gaan voetballen. Ik durfde niet bij hem aan te bellen. Slechts een paar keer heb ik dat gedaan en maar een paar maal ben ik bij hem thuis geweest, en dat terwijl we jarenlang iedere dag met elkaar optrokken. 

 

Nog steeds ben ik sociaal hartstikke stram, maar als kind en puber was het erger dan tegenwoordig. Alhoewel, ik vind het nog steeds heel erg vervelend en moeilijk om initiatief te nemen in vriendschappen (ik heb geen vrienden) en ik ben altijd bang om ergens naar binnen te stappen en iemand aan te spreken, een angst die ik als journalist echter wist te bedwingen. Voor mijn werk deed ik het en kon ik het opbrengen. Maar als het niet hoeft en als er geen stok achter de deur is, dan doe ik het (liever) niet.

 

Mijn maatschappijvrees gaat verder dan dat, want ik ben ook altijd heel erg bang om een nieuwe baan te aanvaarden. Ik vind het heel lastig om kennis te moeten maken met mensen die ik nog niet ken, om ergens als nieuweling te moeten beginnen, om hulp te vragen en ik ben gewoonweg heel erg bang dat ik een flater sla en het werk helemaal niet kan (faalangst dus). Ik ben bovendien allergisch voor technische apparaten en kan de computer ternauwernood bedienen. Wanneer ik ergens nieuw moet beginnen, ben ik als de dood dat ik het computerprogramma niet onder de knie krijg en een modderfiguur sla.

 

Behalve hoog gevoelig, ben ik wellicht ook een beetje autistisch. Onderzocht, laat staan vastgesteld, is dat nooit, maar het zou me niets verbazen, alhoewel je voorzichtig moet zijn om mensen te snel etiketjes op te plakken.

 

Initiatief nemen in vriendschappen deed ik eigenlijk niet, maar in de liefde al helemaal niet. Dat vond ik nog veel angstaanjagender. Het idee en de kans een blauwtje te lopen, hield me tegen om het meisje op wie ik op dat moment verliefd was aan te spreken of het hof te maken. Terwijl ik om me heen zag hoe sommige andere jongens met het grootste gemak aanpapten met leuke meisjes, bleef ik jaloers en gefrustreerd achter. Mijn vriendje Stefan kaapte mijn ‘grote liefde’ Ira bijna letterlijk voor mijn neus weg. Hij droeg zelfs haar klompen en zij die van hem. Ik haatte hem daarvoor. Ik was namelijk drie jaar lang smoorverliefd op Ira. Ik belde haar iedere dag op en als ik haar stem hoorde, hing ik snel op. Dagelijks fietste ik langs de flat waar ze woonde in de hoop haar te zien (nooit gebeurd). Ik heb nog een stijve nek van het naar omhoog kijken.

 

Toen ik als 15-jarige eenmaal een vriendinnetje had, Angela, wist ik me geen raad. Angela had mij veroverd en ik had het laten gebeuren. Maar ik blokkeerde in haar bijzijn totaal. Ik had nog nooit een vriendinnetje gehad en was sociaal en romantisch hartstikke onhandig. Ik durfde mijn arm niet om haar heen te slaan en ik durfde amper wat te zeggen. Ik wist me geen houding te geven en viel helemaal in het slot. Ik sloot niet alleen mijzelf maar ook haar buiten. Vastgeklemd tussen angst en verlegenheid. Na een paar weken maakte ze het uit en ik begreep heel goed waarom. Maar ik bleef achter met het etterende en zwerende gevoel dat ik een romantische onnozelaar was en nooit een liefdesrelatie zou kunnen hebben. Alleen met carnaval, met een slok op en als de meisjes vrijer waren, durfde ik initiatief te nemen. Tijdens de Drie Dolle Dagen had ik meestal een of meer scharreltjes. Na carnaval maakte ik het steevast uit, omdat ik bang was dat ze me niet leuk zouden vinden als ik nuchter was en dus weer verlamd was door angst.

 

 

Soms wenste ik dat ik wat meer psychopathische eigenschappen had, zonder de agressie en het sadisme. Psychopaten zijn optimistisch, charmant, sociaal lenig, zelfverzekerd en koelbloedig. Ze hebben weinig last van twijfels, angsten en remmingen. Het nadeel van hun karakter is dat ze heel weinig empathie hebben. Dat heb ik misschien juist teveel. Als een vrouw mij vertelt dat ze menstrueert, dan voel ik dat in mijn ballen!

 

Overduidelijk is hoe dan ook dat ik een sterke angst-gen heb en die is door de emotionele drama’s thuis en het gebrek aan harmonie, geborgenheid en sturing getriggerd.

 

Het krijgen van een angststoornis had via een fijne, warme jeugd en een goede opvoeding beslist voorkomen kunnen worden. Maar ik heb pech gehad. Ik groeide op in een omgeving waar die angst alleen maar gevoed werd en waar mijn zwakke plek steeds meer bloot werd gelegd. Mijn ouders hebben dat niet met opzet en al zeker niet met kwade bedoelingen gedaan (ze hielden en houden van hun kinderen) en ik neem het hen dus ook niet meer kwalijk, maar hun onachtzaamheid is voor mij een hele grote les geweest sinds ik zelf vader ben. Niet dat ik geen fouten maak of dat ik nooit te agressief doe, maar onze kinderen worden veel beter begeleid dan ik werd. Er was een tijd dat ik door de overspannenheid mijn vader achterna dreigde te gaan en zeer onstuimige, agressieve woedeaanvallen had. Door meer te ontspannen, wordt er in mij minder agressie (door spanning) opgewekt en kan ik mijzelf beter onder controle houden. Wie overspannen is, is zichzelf niet.