Achterdetraliesvandeangst.jouwweb.nl
Home » DEEL 9

DEEL 9

 

Hoofdstuk 38.

 

Het lichaam gaat te paard, de ziel te voet (indianenspreekwoord).

 

Tijdens het vervaardigen van dit boek hebben er nieuwe ontwikkelingen plaatsgevonden die ik graag met de lezer wil delen. Een maand geleden ben ik namelijk van huisarts veranderd na een aanvaring met mijn vorige huisarts die mij voor mijn gevoel niet voldoende serieus nam en die zich naar mijn mening te weinig in mijn toestand en inspanningen verdiepte.. Toen de dokter tijdens een consult andermaal zei dat ik vermijdingsgedrag vertoon (een woord dat hij heeft overgenomen van een psycholoog naar wie ik door hem ooit was doorverwezen), sloegen bij mij de stoppen door. Hoe vaak heb ik hem wel niet uitgelegd dat ik de strijd met mijn angsten juist aanga en dat ik tot bepaalde dingen gewoonweg niet IN STAAT BEN?!

 

Toen de arts vervolgens ook nog loog - om zijn vege lijf te redden en om mijn ergernis te bekoelen - dat hij niet had gezegd dat ik vermijdingsgedrag vertoon, werd ik helemààl des duivels! Eerst een in mijn ogen onterechte diagnose stellen en vervolgens  liegen (of ontkennen gezegd te hebben wat hij zojuist had gezegd). Mijn vrouw was nota bene getuige!

 

De medicus probeerde nog wat te redden door te zeggen dat hij op mijn verzoek het woord 'vermijdingsgedrag' uit mijn medisch dossier had geschrapt. Echter, het woordje kan dan wel uit mijn dossier zijn geschrapt, maar het zit duidelijk nog in zijn kop! Hij heeft het telkens op het puntje van zijn tong liggen.

 

Ik verwijt hem al dan niet feitelijk terecht dat hij zich nooit voldoende rekenschap heeft gegeven van de ernst en hevigheid van mijn klachten noch van de precieze aard van mijn kwalen en van mijn strijdlust. Blijkbaar heeft hij nooit echt naar me geluisterd en heeft hij de inhoud van de lange brieven die ik hem over mijn situatie heb geschreven niet/nooit in zich opgenomen.

 

Ook verwijt ik hem dat hij het nooit voor me heeft opgenomen richting de uitkeringsinstantie. Ik vind dat hij best wel een telefoontje naar de verzekeringsarts had kunnen plegen om haar mijn situatie nog eens uit te leggen. Hij wist hoe erg ik me gekwetst voelde door de uitkeringsinstantie die blijkbaar vond en vind dat ik overdrijf.

 

Heel erg kwaad werd ik op de medicus. Ik heb hem zelfs uitgescholden voor 'klootzak' en ben ziedend van woede de praktijk uitgelopen. Mijn vrouw bleef alleen met hem achter. Volgens haar was de arts na mijn boze vertrek helemaal van zijn stuk en wist hij niet waar hij het zoeken moest. Sonny heeft nog een tijdje met hem gepraat, maar de arts leek niet te begrijpen waar ik nou zo over gestruikeld was. Dat zegt wat mij betreft alles over zijn in mijn ogen onvoldoende inlevingsvermogen.

 

Hij heeft me nadien niet meer opgebeld om een en ander uit te praten. Ik heb hem trouwens ook niet meer gebeld. Wel heb ik aan de arts de volgende dag een brief geschreven waarin ik aankondigde van huisartsenpraktijk te zijn veranderd. Voor mij was de maat vol. Ik ben meteen na de ruzie met mijn arts naar een andere huisartsenpraktijk gereden om me daar in te laten schrijven.

 

Er is teveel gebeurd tussen de vorige dokter en mij. Er is sprake van een ernstige vertrouwensbreuk. Vandaar dat ik een frisse start wil maken bij een nieuwe huisarts, al heb ik niet de illusie dat deze medicus veel meer attent zal zijn (maar bij de 'oude' huisarts blijven, was na de aanvaring geen optie voor mij). Ik heb geen zin om iedere keer een onterechte diagnose om mijn oren geslingerd te krijgen. De huisarts had tegen mij moeten zeggen: “Mijnheer Duncan Robot, ik heb respect voor wat u met uw klachten wel nog allemaal doet en durft en wat u heeft overwonnen. En als er iets is, staat mijn deur altijd voor u open.” Dan had ik mij welkom en begrepen gevoeld en dan had ik de indruk gekregen dat de man een goed beeld had van mijn strijd en strijdlust.  

 

Ik ga - als het effe kan - niet meer met mijn chronische uitputting en fobie naar een dokter, alleen nog met puur lichamelijke kwalen die echt ernstig lijken te zijn. Ik heb immers ervaren - in alle drie de artsenpraktijken die ik in 44 jaar heb versleten - nergens gehoor te krijgen, nergens voor vol te worden aangezien, door niemand te worden geholpen en door geen enkele dr. of drs. begrepen te worden.

 

Het is triest, maar dat is blijkbaar het lot van iemand met hele hevige angstaanvallen en hele hevige chronische uitputting...

 

Vanzelfsprekend realiseer ik me dat ik een veeleisende patiënt ben geworden die van zijn arts honderd procent begrip en inzicht verlangt. Maar aangezien ik altijd heel open en eerlijk ben geweest, vind ik dat de medici die ik heb geconsulteerd allang een puur beeld van mijn strijd en strijdvaardigheid hadden kunnen krijgen. Ik krijg evenwel het gevoel dat ze me toch niet helemaal geloven en me niet serieus nemen. Misschien wantrouwen ze patiënten bij voorbaat of zitten de artsen soms muurvast in het vooroordeel dat ze over iemand hebben.

 

Hoe dan ook, ik doe het wel weer alleen. Ik stond er toch al alleen voor. Een beetje menselijkheid, inlevingsvermogen, hartelijkheid en inzicht zijn blijkbaar teveel gevraagd…

 

Dat merk ik bij mijn nieuwe huisarts ook. Volgens hem zijn al z’n collega’s met wie ik uit wanhoop bijna slaags raakte hele stabiele mensen en goede artsen en lag mijn ruzie met hen aan mij. Ook mijn nieuwe arts neemt totaal niet de tijd om naar me te luisteren, om me te helpen, om me fatsoenlijk te onderzoeken, om met mij naar nieuwe wegen te zoeken… Die artsen… één pot nat. Ik haat ze! Torvolk!

 

Hoofdstuk 39.

 

Verander niet van paard middenin de rivier (indianenspreekwoord).


Het besef op mijzelf te zijn aangewezen, op mijn eigen herstelvermogen, inzichten, kracht en uithoudingsvermogen en op niemand buiten het gezin werkelijk een beroep te kunnen doen, is eigenlijk niet eens zo erg, want de tijd heeft me geleerd dat ik heel goed op eigen benen kan staan en dat ikzelf mijn beste therapeut ben.

 

 

Als ik langs de balustrades loop van mijn angsten en aan de hand daarvan mijn levensgeschiedenis aftast, dan kom ik tot de ontdekking dat ik een uitstekende dompteur ben gebleken van mijn angsten. Ooit durfde ik geen meter met het vliegtuig te vliegen, en toen ik eenmaal in die kist durfde te stappen, stond ik tijdens de vlucht doodsangsten uit. Ik weet nog dat mijn ouders en ik, toen ik ongeveer veertien jaar was, een toervluchtje maakten boven Maastricht, in een 4-persoons sportvliegtuigje. Van te voren dacht ik maar steeds: ‘Als we een piloot krijgen met een baard, dan storten we neer’. Het Omen kwam uit. Onze stuurknuppelbediener HAD een baard! Gedurende de hele vlucht van een half uur heb ik achterin het vliegtuigje de hand van mijn moeder vastgehouden en gebeden dat ons laatste uur niet zou slaan.

 

Tegenwoordig vind ik het heerlijk om te vliegen.

 

Mijn diepwatervrees heb ik pas tijdens onze laatste vakantie op weelderig Corfu een beetje overwonnen. Voor het eerst van mijn leven heb ik heel voorzichtig mijn debuut gemaakt in het diepe van het zwembad van onze vakantievilla. Voor mij was dat een hele grote overwinning en ik was als een kind zo blij dat ik het durfde. “Kijk wat ik durf!” Sonny en de kinderen zei het weinig, omdat zij als de beste kunnen spartelen in het water, maar voor mij was het een mijlpaal.

 

Voor grote, agressief ogende honden loop ik nog steeds een blokje om en ik raak ontzettend in paniek als in het bos een hele grote hond agressief op me afrent (ik ga dan oorverdovend hard schreeuwen, hetgeen de dieren vrijwel altijd verjaagt), maar wie had kunnen bevroeden dat ik ooit vriendschap zou sluiten met een grote hond? Toch heb ik met een golden retriever in het gras liggen dollen en stoeien tijdens onze boerderijvakanties in het Zwarte Woud, het mooiste lichtpuntje van Duitsland. Deze trouwe viervoeter vergezelde me tijdens lange wandelingen door de zuid-Duitse bergen en ik betreur het nog steeds dat het dier onder de melkwagen van zijn baasje is gekomen en is overleden. Ik hield van dat beest! Ontdekt heb ik de innige vriendschap die er kan groeien tussen mens en dier.

 

Zelfs als volwassene heb ik jarenlang een blokje om gelopen als ik een hond van welk formaat dan ook ontwaarde. In het Zwarte Woud leerde ik voor het eerst van mijn leven een hond  vertrouwen en genieten van zijn gezelschap. Niet alle honden zijn ‘moordmachines op pootjes’! Tegenwoordig ga ik de confrontatie met honden veel meer aan. Nog maar zelden loop ik een blokje om. Als je eens wist hoe ontzettend groot mijn angst voor honden is geweest, dan zou je dat een prestatie van formaat vinden, te vergelijken met het winnen van de Champions League door Roda JC of RKC Waalwijk.

 

Ook mijn gigantische sociale angsten heb ik voor een groot deel weten te bezweren. Ik neem thuis eerder de telefoon op dan Sonny en ik stap veel gemakkelijker op mensen af dan toen ik nog thuis woonde en altijd voor het bezoek vluchtte. Ik voel me veel minder onzeker in gezelschap en vind het zelfs leuk om mensen thuis te ontvangen en te verwennen.

 

Het leven heeft me natuurlijk ook wel gedwongen om mijn mensenvrees te overwinnen. Als ouder van twee kinderen word je geconfronteerd met andere ouders van hun vriendjes en vriendinnetjes en met hun docenten. Weglopen voor die ontmoetingen, kan als verantwoordelijke ouder natuurlijk niet.

 

Een mens kan veel overwinnen en over veel kromgroei heen groeien. Mijn vrouw had vroeger nooit kunnen geloven dat ze ooit deel zou uitmaken van een leuke, hechte vriendinnengroep met wie ze zelfs buitenlandse reisjes zou maken. Zij was als kind een jongensachtig meisje dat liever met jongens speelde en jongensdingen deed. Totdat de jongens op haar lagere school niet meer met meisjes wilden spelen (op een gegeven moment – als kinderen zich meer bewust worden van hun seksualiteit – spelen jongens en meisjes alleen nog maar apart van elkaar). Mijn vrouw - eveneens het rustige, afwachtende type - vond op den duur totaal geen aansluiting bij de jongens en meisjes van haar klas. Tijdens de pauzes stond ze immer moederziel alleen geleund tegen een paal en te wachten totdat de bel weer zou klinken. Verschrikkelijk eenzaam voelde zij zich, en haar op het schoolplein surveillerende onderwijzers sloegen er geen acht op. Deze ervaringen hebben diepe impact gehad op haar mensbeleving en op haar zelfvertrouwen, maar het is allemaal goed gekomen.

 

De tijden dat ik na de totale ineenstorting alleen maar op bed kon liggen en letterlijk nog geen teen zonder angst buiten de deur kon steken, liggen heel ver achter me. In de auto had ik toentertijd paniekaanvallen als ik naast de bestuurder of achterin zat. In de supermarkten kreeg ik toenmaals steevast aanvallen van hyperventilatie.

 

Dat is allemaal verleden tijd. Als je ziet van waar ik ben gekomen, dan kun je daar denk ik alleen maar respect voor hebben. Ik heb manieren gevonden om sterker en meer ontspannen te worden en sterker uit de strijd te komen.

 

 

Mijn gebrek aan stressbestendigheid en aan belastbaarheid, het geringe recuperatievermogen van lichaam en geest en de pleinvrees zijn evenwel hardnekkig. De ruimtevrees is aangesloten op een versterker. Je moet het beschouwen als oorverdovende muziek: het volume van deze angst gaat door merg en been, net als in een kleine disco waar niemand elkaar kan verstaan door de harde muziek.

 

En toch merk ik sinds een paar maanden dat ik wat vaker zonder angst over een plein kan lopen, zoals laatst tijdens een stedentrip in Genua. Sonny, af en toe te beschermend, wilde steeds mijn hand vasthouden om me over de pleinen te loodsen, maar het was niet nodig. Ik sloeg haar aanbod af. Het was een heerlijk gevoel om zonder handjeplak over een plein te kunnen lopen en geen angst te voelen!

 

Ook is het zo, dat ik minder vaak de sauna nodig heb om weer op krachten te komen. Voorheen ging ik drie keer per week naar de zweethut, maar de laatste tijd heb ik genoeg aan één saunabezoek in de zeven dagen om de accu op te laden. Als ik eens een keer erg prikkelbaar ben, dan vat ik dat niet meer meteen op als een teken van overspannenheid of als een signaal dat ik naar de sauna moet om te ontspannen, maar als een heel normale momentopname die snel weer zal overgaan. Ik kan het steeds langer volhouden zonder me te hoeven opladen in de sauna.

 

Duidelijk: ik betrek niet alles meer wat ik voel en denk op mijn ziekten. Ik HEB pleinvrees en uitputting, maar ik BEN niet mijn aandoeningen! Mijn kwalen zijn niet langer de spillen van mijn bestaan. Een enorme overwinning!

 

Een paniekstoornis blijft evenwel een verschrikkelijk iets. Een paniekaanval is een traumatische ervaring op zich. De angst neemt bezit van je, het is oorlog in je hoofd, je denkt dat je dood gaat, je verliest de controle over en het vertrouwen in jezelf en je lichaam doet heel erg akelig. Je geest trouwens ook. Je kan niet meer normaal ademhalen, je zweet, je trilt, je wordt licht in het hoofd, je kan niet meer goed, rustig en helder (na)denken, je concentratievermogen wordt minder, je nek wordt stijf, je wordt prikkelbaar, je neemt niets meer in je op, je verliest de controle over je ledematen en dus ook over je handelingen...

 

Aan een paniekaanval, aan die allereerste aanval, gaat meestal een geheel andere oorzaak vooraf. Zo'n aanval komt niet zomaar uit de lucht vallen. Meestal volgt zo'n aanval op overbelasting, oververmoeidheid, een onverwerkt trauma, een hormoonhuishoudingsdefect, vitaminegebrek, overwerktheid, overspannenheid, slaapgebrek of wat dan ook (vaak is het een combinatie van factoren).

 

De oplossing moet je dan ook zoeken in het omgaan met de paniekaanval zelf (niet vermijden, naar buiten blijven gaan, snel over een aanval heen stappen) en in het omgaan met de situaties waarin je zo'n aanval krijgt (de angst voor een nieuwe aanval bedwingen), maar ook in het veranderen van je leefpatroon, werkpatroon en denkpatroon.

 

Je zult meer ontspanning moeten zoeken. Je zult beter voor jezelf moeten zorgen door je grenzen beter aan te geven en te respecteren, door nog vaker leuke dingen te doen, door je rust te pakken, door pauzes in de lassen, door te bewegen, door dikwijls een frisse neus te halen, door gezond te eten, door aan te geven dat je minder hooi op je vork moet en zal nemen en door minder te piekeren en makkelijker te denken.

 

Met dat hele arsenaal ben ik nog steeds aan de slag en ik merk dat het me steeds beter af gaat.

 

Hoofdstuk 40.

 

Wie twee hazen najaagt, vangt geen van beide (Chocktaw).


Niet vaak genoeg kan ik herhalen en benadrukken dat ik word bijgestaan door een geweldige vrouw met ruggengraat, verantwoordelijkheidsgevoel, liefde, begrip en bekommernis. Ze ruikt altijd lekker en ze heeft nog altijd een geweldig figuurtje.

 

 

Mijn vrouw heeft ontzettend veel te verduren gehad de afgelopen 20 jaar, vooral met mij. Zo ontzettend veel. Ik heb het altijd geweten, maar het is alsof het nu pas echt tot me doordringt hoe zwaar ook zij het heeft en heeft gehad. Wat heeft het haar een kracht gekost om me altijd terzijde te staan en me te steunen. Wat heeft de angst dat me wat zou overkomen haar zo nu en dan gesloopt!

 

De partner zijn van... is minstens zo zwaar als zelf de patiënt zijn. De machteloosheid, de constante zorg, de continue angst dat de ander zal breken of weer een aanval krijgt en niet goed wordt... Moordend!

 

Mijn vrouw en ik steunen elkaar evenwel door dik en dun. Nu zij het soms ook moeilijk heeft (veroorzaakt door een combinatie van een tekort aan vitamine B12 en examenstress), ben ik er voor haar en doe ik extra mijn best om haar te helpen. Haar stress en kwalen vanwege het vitamine B-gebrek (ze krijgt daar spuiten voor) dwingt mij om naar mijn eigen gedrag te kijken. Misschien ben ik soms veel te belastend voor haar en niet optimistisch genoeg waardoor ze het gevoel krijgt dat haar emmer continu over stroomt. Je moet altijd trachten jezelf te verbeteren en dat kan alleen door kritisch te zijn op jezelf, constructief kritisch. De meeste mensen willen niet weten dat ze foutjes maken, een aandeel hebben in de malaise... Dan kom je dus nooit vooruit en dan zoek je de oorzaak altijd buiten jezelf, waardoor je het heft nooit in eigen handen hebt.

 

Voortaan pas ik op met wat ik tegen Sonny zeg. Want ik moet al die shit dan wel kwijt, maar zij is toch geen vuilniswagen die mijn afval eindeloos kan opnemen en afvoeren? En waar moet zij met al dat afval heen? Zij heeft zelf geen stortplek!

 

Ik moet echt veel meer rekening gaan houden met wat ik van mijn hart praat tegen haar. Het is beter dat ze niet alles weet wat ik aan pijn doormaak en dat ze niet iedere dag helemaal beurs wordt gebeukt met mijn lijdensverhalen. Soms hangt ze emotioneel uitgeput in de touwen. Kapot, helemaal aangeslagen en te neergeslagen.

 

Het was onnadenkend en egoïstisch van me om haar zo verschrikkelijk te belasten iedere keer. Ik had alleen maar oog voor mijn eigen pijn, opgeslokt als ik werd door mijn malaise. Natuurlijk heb ik het zwaar en loop ik met mijn ziel onder de arm en kan ik bij niemand anders mijn shit kwijt, met niemand anders mijn pijn delen, maar moet ik haar dan helemaal slopen?

 

Wat schiet ik ermee op als ik steeds mijn hart bij haar lucht en haar hart helemaal verkanker? Sonny is mijn steun en toeverlaat en ik moet zorgen dat ze sterk blijft, voor haarzelf op de eerste plaats, maar ook voor de kinderen en voor mijzelf. Ze is de spil van het gezin. Ik moet haar niet nog meer verzwakken door al mijn ellende op haar bord te smijten.

 

Zij heeft zoveel liefde en verantwoordelijkheidsgevoel dat ze nooit over mijn klaaggezangen klaagt. Braaf eet ze dagelijks - vaak meerdere malen - dat bord met mijn shit op, en als ze er de buik vol van heeft, geeft ze nog steeds geen krimp. Mijn zwarte woorden zijn als vuisten die in haar maag stompen. Dat kan zo niet langer. Zij moet leren haar grenzen aan te geven en ik moet haar veel meer sparen. Voor haar, voor de kinderen en voor mijzelf. Ik heb haar kracht nodig, want ik voel me soms zo ontzettend zwak...

 

Zij is zo sterk, zegt iedereen. Ja, dat is waar, maar ook Sonny is maar een mens en ik moet daarom zuinig op haar zijn.

 

Wat moet je als mens toch veel ballen in de lucht houden en veel lijden verstouwen! Waarom mogen wij mensen niet gewoon zeventig jaar op deze aarde zijn en alleen maar genieten en gezond zijn? Rechtvaardig is dat lijden niet, vind ik.

 

Maar het is zoals het is. Het gaat volgens de natuurwetten niet om goed of slecht maar om gezond of ziek, om sterk of verzwakt, om machtig of machteloos. Net als in de dierenwereld. Het is niet zo dat lieve, onschuldige dieren worden ontzien door de agressieve roofdieren. Wie het sterkte en het fitste is, die overleeft en die wint.

 

Als God de mensheid en het leven zou hebben geschapen, dan vind je in de zogenaamd door Hem geschapen natuur niets terug van al die christelijke normen en waarden. Rechtvaardigheid, goed en kwaad, ad hoc-straf voor de duivels van vlees en bloed... Niks van dat Al.

 

In Zijn Koninkrijk zouden volgens de christenen WEL rechtvaardigheid en paradijselijkheid bestaan, maar waarom heeft Hij dan een aarde geschapen waar dat allemaal niet is? Waarom dan niet alleen dat Paradijs? En als Hij onze vrije wil en keuzevrijheid zo belangrijk vindt, waarom laat Hij ons in het hiernamaals dan plots niet meer aan ons lot over?

 

Begrijp me niet verkeerd: ik heb respect voor mensen die geloven in God en in de Bijbel, in de Koran en in Mohammed. Hun geloof geeft hen kracht. De kruisgang van Jezus Christus van Nazareth vind ik ook heel troostrijk: ook Jezus is door een hel gegaan en werd door de slechteriken op aarde gedood. Ook hij was wanhopig aan het kruis: ‘God, waarom hebt Gij mij verlaten?’ Maar daarna waren er de wederopstanding en de hemelvaart. Voor mij is dat symboliek die hoop geeft en troost biedt, zonder dat ik zelf waarde hecht aan de Bijbel en zonder dat ik kritiekloos geloof. Iedere religie en levensfilosofie bevat schatten aan wijsheid en die zou je eigenlijk allemaal met elkaar moeten combineren en verbinden, in de praktijk van alledag.

 

 

Niet willen lijden, veroorzaakt misschien wel het grootste lijden...

 

Hoofdstuk 41.

 

Een man moet zijn eigen pijlen maken (Zuni).

 

Mijn grootste overwinning in dit leven, is dat ik mijn minderwaardigheidscomplex van vroeger heb  bevochten en dat ik nu eigenwaarde heb. Dat vind ik veel belangrijker dan al die angsten en dan die uitputting. Ik heb iets bereikt in dit leven. De Amerikaanse zangeres Whitney Houtston zong het al: ’The greatest love is all, is happening to me. Learning to love yourself…’.

 

Een inspirerende liedje dat herkenbaar voor me is en dat me kracht geeft. Het is heerlijk om je eigen ondervindingen terug te horen uit de mond van een ander. Vroeger dacht ik altijd dat het aan mij lag dat ik de wereld en de mensheid niet begreep en dat ik me eenzaam tussen leeftijdsgenoten voelde, maar dat zie ik nu toch anders.

 

Er was een tijd, een hele lange tijd, dat ik (onterecht) een heel erg laag zelfbeeld had. Super onzeker was ik over mezelf en ik haatte mijn uiterlijk. Met alle winden waaide ik mee, ik dorstte mijn eigen mening niet te geven en ik durfde gewoonweg mezelf niet te zijn. Ik vond iedereen beter, leuker, knapper, stoerder, zelfverzekerder, slimmer, wijzer, handiger, aantrekkelijker en beter dan mijzelf.

 

Maar ik ben over deze inktzwarte schaduw heen gestapt. Thans ben ik zelf mijn allergrootste fan. Niet dat ik denk dat ik de grootste en beste en knapste en meest wijze mens ben (ik weet dat dit niet zo is en het hoeft ook helemaal niet), maar ik heb inmiddels waardering voor mijzelf en ik heb vriendschap met mijzelf gesloten. Ik bewonder mijzelf. Mijn werk. Mijn inborst. Mijn doen en laten.

 

 

Ik loof mezelf vooral vanwege mijn emotionele intelligentie waarvan inlevingsvermogen deel uitmaakt. Ik zie en plaats veel in een veel dieper en breder perspectief en ben minder onnadenkend en minder volgzaam dan velen die ik ken of bezig zie. Ik denk zelf na. Maar ik ben van heel erg ver gekomen (hersenspoeling). Ik was heel ver heen (zombie). Zo ver heen als ik toen was, zo ver vooruit ben ik nu.

Ooit had ik een zwak ego, nu heb ik een sterk ego (en dat is wat anders dan een groot ego hebben). Steeds vaker ben ik even simpelweg gelukkig, heel intens.

 

Nog steeds ben ik tevens mijn allergrootste criticaster. Echter, heden is mijn zelfkritiek opbouwend, liefdevol en realistisch, niet afbrekend en niet bij voorbaat negatief meer.

 

Waarom schrijf ik dit? Om anderen, die nog wel een laag zelfbeeld hebben, te laten zien dat je kan groeien, dat je de zelfhaat en lage eigenwaarde kan overwinnen. De aanhouder wint (meestal)!

 

Ook schrijf ik dit, omdat het altijd leuk is om over je zeges in het leven te schrijven en te praten

.

Echter, je moet niet té lang nagenieten van je overwinningen. Een wijze man zei eens tegen mij: “Overal waar ‘te’ voor staat, is niet goed, behalve bij het woordje ‘tevreden’.”

 

Tevreden zijn, is belangrijk. Je mag ook tevreden zijn met jezelf, maar dat betekent niet dat je niet vooruit moet willen, dat je niet nog beter kan. Het leven gaat verder en er zijn nog vele zaken die je (aan jezelf) kan verbeteren. En er zijn zoveel nieuwe uitdagingen.

 

Het liefst zou ik dit soort teksten nog altijd op Facebook zetten en delen met mijn vrienden. Echter, ik deel het inmiddels liever alleen met mijn computer, omdat ik heb gemerkt hoe ontzettend oppervlakkig mensen (op Facebook) zijn. Er is niks persoonlijks aan. Al helemaal niet diepzinnig persoonlijks. Ik heb gemerkt dat de meeste mensen (op Facebook) niet reageren op wat mij werkelijk bezielt en bezighoudt, op wie ik écht ben.

 

Ik ervaar een gebrek aan raakvlakken. Dat is niemands schuld. Het heeft te maken met een verschil in beleving en van/in karakter, ervaring, emotie, intensiteit, bewustzijn en behoeften. De diversiteit aan karakters is nodig, zodat we elkaar aanvullen en kunnen helpen.

 

Zij - de anderen - vinden al die oppervlakkigheid op een forum als Facebook heel erg gezellig en leuk, maar ik moet er eerlijk geschreven niet zo veel van hebben, althans: ik vind oppervlakkigheid ook erg leuk en nodig, maar niet als het gepaard gaat met een schrijnend gebrek aan persoonlijke aandacht en diepgang. Het is dat gebrek dat me nekt. Daardoor is er voor mij geen of onvoldoende sprake van een inspirerende uitwisseling. Er zijn bijna geen sparringpartners. Vroeger zou ik hebben gedacht dat er iets aan mij scheelde waardoor ik niet kon meedoen met de rest. Tegenwoordig zie ik in dat er niets mis is met me en dat ik gewoon een beetje anders ben dan de massa.

 

De contacten op Facebook maar ook in het echte leven zijn wat mij betreft weinig diepgaand en weinig veelzeggend, en mensen vormen meningen op basis van een hele smalle zienswijze. Toch is het geen optie voor mij om helemaal niet meer mee te doen en iedereen buiten te sluiten. Dan hou je helemaal bijna niks meer over aan sociale contacten. Bovendien hou ik van mijn vrienden. Ze zijn lief en bedoelen het goed. Dus laat maar gaan.

 

Ik vind het alleen ontzettend jammer en soms heel erg frustrerend en triest voor mijzelf dat er weinig mensen zijn aan wie ik me kan optrekken. Het voelt zo verschrikkelijk leeg en eenzaam. Verlaten.

 

Gelukkig heb ik een levenspartner die me wél alles biedt (en meer) wat ik nodig heb. Ik voel me daarom een geluksvogel.

 

Hoe is het mogelijk dat mijn beleving en innerlijke wereld met zo weinig mensen (met bijna niemand) corresponderen en dat ik uitgerekend een vrouw heb gevonden die helemaal bij me past en ik bij haar! Dat Sonny net zo eenzaam is geweest als ik en net zo’n groot minderwaardigheidscomplex had als ik en dat we samen zijn toegegroeid naar zelfrespect! En dat we altijd op niet meer dan6 kilometerafstand van elkaar hebben gewoond en elkaar via een gratis weekblaadje hebben leren kennen?!

 

Hoe is het mogelijk!

 

HET SLOTSTUK

 

Vergeet nooit dat je de kracht van De Grote Geest in je draagt. Zij is een creatieve kracht en kent geen beperkingen (White Eagle, indianenhoofdman).

 

Tijdens het vervaardigen van dit manuscript merkte ik pas hoe ik onderweg, door alle tegenslagen en teleurstellingen, motivatie, hoop, optimisme, geloof, vertrouwen en zelfs liefde ben kwijtgeraakt. Ik kwam maar niet onder de druk vandaag en ben daardoor te lang niet in staat geweest om het spel van mijn leven te dicteren en mijn eigen spel te spelen. Volledig in beslag genomen door kwalen, spanningen, vervelende situaties, Weltschmerz en frustraties. Te kapot om te functioneren. Te fit om hele dagen in bed te liggen, te versleten om gewoon de dingen te kunnen doen die ik wil doen en graag doe.

 

Tijdens het herschrijven van dit  manuscript werd ik me pas echt heel goed bewust van de loyaliteit, steun en liefde van Sonny, mijn tweelingziel. En ik merk dat de weg nog steeds vol met hindernissen is, dat de weg naar verlossing nog lang en misschien onbereikbaar is maar dat ik in elk geval weer op de goede weg zit. Ik bespeur dat ik weer wat vaker onder de druk vandaan kan komen, de handen vrij heb om te doen wat ikzelf belangrijk vind en wat ik moet en wil doen. Ik merk dat ik vaker het spel kan dicteren en mijn eigen spelletje kan spelen. Lang niet zo vaak als ik zou willen, maar wel vaker dan voorheen.

 

Tot slot moet me van het hart dat ik me realiseer dat niemand een wildcard heeft voor het paradijs. We lijden allemaal, min of meer. Mensen met minder beperkingen dan ik hebben misschien wel vele grotere problemen, zoals een slecht huwelijk, ruzie met de familie of een alles verdelgend cynisme. En niet iedereen heeft de luxe van het (gevonden) hebben van en bijgestaan worden door je tweelingziel.

 

Ik hoop dat ik in dit boek mijn proces van Lijden en Loutering, van frustratie en meer innerlijke vrede, van vallen en opstaan en van overspannenheid en ontspanning goed heb kunnen weergeven.

Het belangrijkste wat ik heb geleerd, komt toch weer van mijn paranormale therapeut die me ooit van mijn tollende duizeligheid verloste, van die zogenaamde zonnesteek. Hij zei: “Haast en genieten gaan niet samen. Zoek naar ontspanning en geniet van het leven, stel je open voor het mooie. We krijgen allemaal kansen om te verbeteren. Niet stress is het probleem, maar gebrek aan ontspanning, zoals niet de honger het probleem is, maar het gebrek aan voedsel.”

Wat ik ook heb geleerd? Wie het kleine niet eert...

 

De gewone dingen van de dag... We staan er niet meer bij stil hoe waardevol, fijn en mooi die zijn.

 

Totdat je doodgaat en dan - tijdens je laatste uren of minuten - pas weet dat je juist die dagelijkse dingen zult missen.

 

Al het andere niet.

 

 

Als ik alleen al een optelsom maak van het genot en geluk van vandaag, en het is nog maar 10.00 uur... Zalig ontbijtje. Brood in overvloed. Ruime keuze uit het beleg...Een ragfijn spinnenweb met hele kleine regendruppels erin, als een raster dat is afgezet met zilveren knopjes. Heerlijke muziek op radio 4 van Debussy en Ravel. Wat konden die violen rocken! Een kus van moeder de vrouw. Gewoon zijn, bestaan, in relatieve luxe en vrede, zonder levensbedreigende en mensonterende ellende op mijn dak zoals oorlog, hongersnood, dakloosheid en een terminale ziekte...

 

Dat alleen al: de afwezigheid van nog veel grotere ellende waar vele miljarden mee zitten opgescheept!

 

Een lijkenauto zie ik rijden en er ligt nu gelukkig niemand in die me dierbaar is... Dat gevoel.

 

Een lekkere banaan, een heerlijk meisje op de fiets, een lachend kind vanuit de buggy... En kippetjes van Kentucky Fried Chicken.

 

Mooie gevels, de stad die vredig ontwaakt...

 

Nog altijd innig verliefd op onze ouwe Ford Ka.

 

Wat een luxe, wat een comfort, wat een genot, wat een geluk!

 

Je gewoon even bewust zijn van het buitengewone van het gewone, van het speciale van 't alledaagse...

 

Ik ben er nog. Ik leef! Ik besta!

 

Lezers, bedankt voor jullie interesse en aandacht. Dat het jullie goed mag gaan!

 

IETS MEER OVER DE SCHRIJVER

 

Duncan Robot is geboren op 13 januari 1963 in het ziekenhuis van Rurdam. Muziek, sport, de natuur, reizen en schrijven zijn altijd zijn voornaamste passies geweest. Van schrijven heeft hij uiteindelijk zijn beroep gemaakt. Als freelance journalist heeft Duncan Robot onder andere gewerkt voor Voetbalwereld, Dagblad Het Zuiden en voor de bladen Spot en Playlist. Op internet houdt hij een aantal weblogs en websites bij.

 

DANKWOORD VAN DE AUTEUR

 

Ik wil vooral mijn vrouw Sonny bedanken voor haar onvoorwaardelijke liefde en steun. Zonder haar was ik letterlijk en figuurlijk nergens. We hebben het ondanks onze problemen heel erg fijn en leuk samen, alsmede met onze fantastische kinderen die alles voor ons betekenen. Samen vormen we een klavertje vier. Ik hou zielsveel van mijn ‘gelukstrio’ en ik weet dat die liefde wederzijds is. Als er een leven na de dood is, dan wil ik wederom bij hen zijn.

 

Ook wil ik mijn ongelofelijk lieve moeder bedanken, omdat ze de liefste moeder is die een mens zich kan wensen en omdat ze me door dik en dun is blijven steunen. Zij was de eerste bij wie ik voelde wat liefde is, die me leerde wat liefde inhoudt. Net zo belangrijk in mijn leven zijn mijn twee geweldige oudere zussen en hun gezin. De familieband is enorm sterk. Ze hebben het tijdens hun jeugd en tijdens de afgelopen jaren niet altijd gemakkelijk gehad, ook niet met mij. Ik hou zielsveel van hen en ik ervaar dat die liefde wederkerig is.

 

 

Mijn vader wil ik bij deze een geschreven boeket met rozen geven. Ondanks alles wat er is gebeurd en ondanks de verwijdering zijn de liefde, het begrip en het respect van mijn kant groot (ik besef dat ik in heel veel dingen heel erg op hem lijk en dat ik goede eigenschappen van hem heb meegekregen) en ik weet dat hij ons allemaal lief heeft. Ik wil hem uit de grond van mijn hart bedanken voor zijn inzet voor het gezin. Mijn vader is altijd een keiharde, serieuze en gedreven werker geweest.

 

 

Ten slotte wil ik nog kwijt, dat ik me realiseer dat ik in dit boek heel erg onbeschaamd en openhartig ben geweest en dat ik me ervan bewust ben dat deze kwetsbare en confronterende houding op anderen misschien te transparant en te taboeloos kan overkomen. Het was evenwel totaal niet mijn bedoeling om na te trappen, te kwetsen, mensen in een kwaad daglicht te stellen of de vuile was buiten te hangen, maar wel om schoon schip te maken in mijn hart en hoofd om verder te kunnen varen op de zee van tijd. Ik heb geprobeerd te verwoorden welke impact mijn jeugd, mijn kwalen, mijn beperkingen en de in mijn ogen soms onhandige en/of onnadenkende reacties van mensen op mij hebben gehad, volgens mijn persoonlijke beleving.

 

Ik heb heel erg en heel erg lang getwijfeld - echt ontzettend lang en hevig getwijfeld - of ik mezelf zo bloot moest en durfde te geven en ik heb telkens gedacht aan de mogelijke negatieve gevoelens van en gevolgen voor anderen. Uiteindelijk zijn de twijfels niet helemaal verdwenen, maar woog de persoonlijke noodzaak om mijn verhaal te doen toch het zwaarst. Ik heb voor één keer in mijn leven voor mijzelf gekozen. Ik voelde dat ik dat moest doen. Ik wilde en moest vanuit een innerlijke drijfveer eerlijk en open verslag doen van mijn innerlijke beleving, van mijn strijd en strijdvaardigheid en van mijn leven met angst en uitputting. Objectief bezien, is het een interessant levensverhaal waar alles inzit.

 

Ik draag niemand iets na (ik ben zelf verre van perfect en ik doe en zeg ook weleens stomme dingen waar ik achteraf spijt van heb) en ik kan voor alle betrokkenen uiteindelijk alleen maar liefde voelen. Liefde is in mijn optiek dat je jezelf en de ander - ondanks (mening)verschillen, irritaties, minpuntjes, ruzietjes, onvolkomenheden, imperfectie en onbegrip hier en daar - kan vergeven en graag blijft zien.

 

 

Het leven is gelopen zoals het is gelopen. Geen mens heeft zelf agressie, angst, overspannenheid, hiërarchie, liefde, ziekte of haat uitgevonden of bedacht. Het is wat je ermee doet, maar ook dat heb je slechts voor een bepaald gedeelte in eigen hand (er zijn zoveel factoren van invloed). Het leven en de mens zijn slechts ten dele maakbaar. Onze vrije wil is meestal zo vrij en zo gemakkelijk niet. Soms maken we foute keuzes die een heel leven lang negatieve gevolgen hebben, af en toe laten we het (uit angst om te vernieuwen en te veranderen) na om keuzes te herzien en nieuwe keuzes te maken en zo nu en dan maken we een keuze waar we levenslang plezier van hebben. Ik ben er met een getrouwd…

 

 

Hoe dan ook, ik wil ook Het Leven bedanken. Althans, het leuke gedeelte van het leven!